Klooster Windesheim | moderne devotie

Om uw geheugen omtrent de problematiek rond de ligging van het eerste klooster van ‘De Moderne Devotie’ Klooster Windesheim, weer op te frissen adviseer ik u om eerst in het Z.A.D. het artikel Windesheim nog eens door te nemen. Daarin wordt uit de doeken gedaan hoe en door wie de onderaardse gang gevonden is.


De situatie rond 1900 van de Pastorieweg 2 in Windesheim.

Alvast een korte inleiding

De kinderen, Joop en Koos Bredewold, hadden in hun jeugd een gang ontdekt die gelegen was in de grond van de losstaande schuur die behoorde bij hun woning aan de Pastorieweg 2 in Windesheim. Op de gang was een soort van trechter gemetseld die door hun werd weggebroken en waardoor zij zich in de gang konden laten zakken. Vader Bredewold vond dat niet zo leuk en besloot voor de veiligheid de ingang af te dekken met hout en zand. Later is daar nog puin en zand bij opgekomen. In 1986 werd door Ruud van Beek (later in samenwerking met de stadsarcheoloog van Zwolle, Hemmy Clevis), met toestemming van de provinciale archeoloog Ad Verlinde, een poging ondernomen om de locatie vast te stellen van het voormalig ‘Klooster Windesheim’. Het verhaal van dhr. Bredewold over de gang deden zij af als nonsens en fantasierijk. Voor radio Oost werd dit nogmaals herhaald. “Zij waren niet van plan om naar de gang te gaan zoeken en hadden de opgraving afgesloten”. Dhr. Bredewold wilde niet als fantast afgeschilderd worden en vroeg, via zijn zoon Joop, of IK de gang wilde lokaliseren. Met behulp van vrienden ben ik toen op zoek gegaan naar de gang. Deze werd gevonden maar na het bekend worden daarvan was de wereld te klein.
De BOVENkant van de 1,22 m hoge gang lag op 2,88 meter diepte, vanaf de schuurvloer gemeten. De bodem van de gang ligt op 38 cm min N.A.P.! De gang is vele weken toegankelijk geweest maar de archeologen hebben niet de moeite genomen deze te onderzoeken. Na verloop van tijd hebben we zelf de gang ingemeten en weer afgesloten. De gang konden wij volgen richting de panden aan de Pastorieweg, maar is onder het weggedeelte volgestort. De gang kwam vanaf de kant van de Bergweg waar, volgens oudere bewoners van Windesheim, nog heel lang een kolkje heeft gelegen. Vreemd is wel dat het kolkje niet op een kadasterkaart is ingetekend. In jongere tijden heeft de gang als beerkanaal dienst gedaan. Gaat het om een oude watergang van het klooster en kan de gang in tijden van gevaar ook als vluchtgang dienst hebben gedaan? Vaak wordt dit namelijk aangevoerd bij gevonden gangen maar laten wij het nu eens anders stellen. Misschien werd de gang ook wel gebruikt om ongezien het klooster binnen te kunnen komen! Niets is een mens toch vreemd? Met de kennis van nu……!


Op de foto de personen die er voor gezorgd hebben dat een stuk geschiedenis van het klooster Windesheim, door het vinden van de onderaardse gang, letterlijk en figuurlijk in de belangstelling kwam te staan. In het rode 'oog' een schietgat waar we verderop in de publicatie terug komen.
V.l.n.r. Berend Jan Kamphuis, Jan en Henri van Dijk en in het al gegraven gat Egbert Dikken.
De foto is gemaakt door Herman Kamphuis.


Onze mening is echter dat in de 14e eeuw op de plek waar nu de nieuwbouw aan de Bergweg staat een water (zijtak IJssel) gestroomd moet hebben. Gezien de waterhoogte in de 14-15e eeuw (zie de verschillende artikelen in het Z.A.D.) moet het water ook de gang ingestroomd zijn en het klooster van water hebben voorzien. Daarom lag de gang zo diep en kan het een verklaring zijn waarom de voegen uitgesleten zijn! De gang was dan ook geen afvoergang richting de Bergweg maar een waterinlaat vanaf die kant. Op de plaats van de schuur/kelder was waarschijnlijk een wasplaats/keuken van het klooster. Het water kon vandaar uit de gang naar boven gehaald worden. Na het ontdekken van de gang en de rel die daar op volgde was de bewoner van nr. 4, de dominee, niet bereid om ons toegang te verlenen tot dat pand. ‘Gevaarlijk’ waren wij volgens hem! Wij wilden o.a. de kelders eens bekijken om te zien of daar misschien iets te ontdekken was. Pas veel later heeft Joop Bredewold daar kunnen kijken en constateerde dat in het tongewelf een vierkant gemetselde diepe put, die op een waterput leek, aanwezig was. Daarom verbazen wij ons dat er geen verder onderzoek heeft plaatsgevonden naar de richting van de gang. Omdat door Clevis en Van Beek tijdens het archeologische (na)onderzoek nooit met deze mogelijkheid van een waterinlaat rekening is gehouden, werd er ook geen onderzoek gedaan in de tuinen van de Pastorieweg 2-4 om daar eens te kijken of die gang misschien door heeft gelopen richting waar de brouwerij stond! Ze hadden dan wel dieper de grond in gemoeten dan wat ze tijdens de officiële opgraving deden op die plaats. Maar zoals u al heeft kunnen lezen in Windesheim is een watergang onder een klooster niet ongebruikelijk.
In ieder geval kun je stellen dat als je een gemetselde gang zo diep in de grond vindt die niet van een keuterboer moet zijn geweest! Of de watergang tijdens de kloosterperiode altijd in functie is geweest, is moeilijk te achterhalen maar toen het langsstromende water aan de Bergweg waarschijnlijk verlegd werd (Nieuwe/Zand Wetering) naar de andere zijde van het kloostercomplex, kan de gang als watergang buiten gebruik zijn geraakt. Leest u maar eens verder en trek uw conclusies.


Opmerking 2013: Tijdens het archeologisch onderzoek van R. v. B. is er een sleuf gegraven achter het pand van de familie Bredewold. “Op een plek, tussen de NK kerk en de boerderij van Bredewold werd een noord zuid lopende uitbraaksleuf van ca 1 meter breed gevonden. Mogelijk heeft hier een iets dieper gefundeerde muur gelegen die men geheel gesloopt heeft. Het gat is weer opgevuld en de verkleuring vinden we terug. Op deze plek werd ook een muntje gevonden uit de begintijd van het klooster: een zilveren groot (1377-1393). Natuurlijk werd meteen gezocht naar aansluitingen op deze uitbraaksleuf en naar parallel lopende sleuven, maar dat leverde niets op”.
Nu ik er vanuit ga dat de door ons gevonden gang het water naar het klooster vervoerde en niet andersom heb ik het vermoeden dat die gevonden uitbraaksleuf van de gang is geweest. Hoe die uitbraaksleuf liep is op hun tekening, blz. 83 en tekst 84, niet te zien!!! Liep hij door naar de kerk? Op de plaats waar nu die kerk staat stond in de beginperiode van het klooster namelijk de brouwerij! En een brouwerij heeft water nodig. Dat die gang daar voor zorgde heb ik proberen uit te leggen door aan te geven dat een oude tak van de IJssel vlak naast het klooster heeft gestroomd en er voor zorgde dat de gang met water werd gevuld. Het kon dan doorstromen richting de toenmalige brouwerij. Iemand een ander idee?

Op zoek naar het klooster

Nadat mijn Zwols Archeologisch Dagboek (Z.A.D.) in 1989 (1e druk) en 1990 (2e druk en weer uitverkocht) verschenen was waren er nog regelmatig discussies over waar het Klooster Windesheim gelegen zou hebben. De plaatselijke bevolking van Windesheim wilde een opgraving in de dierenweide onder leiding van 2e auteur van dit artikel maar de gemeente Zwolle, of moet ik schrijven de stadsarcheoloog van Zwolle samen met de provinciale archeoloog, gaven geen toestemming. Het argument: “dat er geen noodzaak was voor verder onderzoek”!
De werkelijke reden zal wel geweest zijn dat zij bang waren dat ik kloosterresten zou vinden op de plaatsen die zij steeds afgekraakt hadden. Als ik zou aantonen dat onder de dierenweide bouwresten van het klooster aanwezig waren, zou dat hun goede naam aantasten en daar zaten zij natuurlijk niet op te wachten.

Omdat Herman Kamphuis en ik nog steeds bezig waren om onderzoek te doen in oude geschriften, kaartvergelijking etc., waren wij tot de conclusie gekomen dat de nog aanwezige gebouwen iets te maken moesten hebben met het oude klooster. Daarom besloten wij in 1994 om dit op papier te zetten en via een Zwols antiquariaat werd dit in een kleine oplage verspreid.
De publicatie uit 1994 is digitaal aangepast zodat een ieder dit nu kan lezen. Oudere zwart-wit foto’s zijn vervangen door kleuropnames. Enkele oude kleuropnames zijn gebleven om situaties van vroeger beter aan te kunnen geven. Aansluitend zijn nog extra opmerkingen geplaatst uit 2006-2007 en 2011. Verder hebben wij nog een aanvulling op het onderzoek “waar ligt het klooster Agnietenberg/Agnesklooster.”

Rechts de huidige kerk in Windesheim waar in de tijd van het klooster de brouwerij in gevestigd was.
Links de panden waar tot in 2006 de familie Bredewold woonde. Helemaal links op de achtergrond is nog net de grote schuur te zien waar de onderaardse gang door ons in gevonden werd.

Na de publicatie van dhr. Zeiler, 1992 (1), is het stil geworden rond de discussie over de locatie van het klooster Windesheim. Volgens Zeiler gaan nu de gedachten uit naar een locatie tussen de boerderij van Van Oort en de Dorpsstraat. Dat de panden Pastorieweg 2 en 4 deel uitmaakten van het claustrum is in de ogen van de onderzoekers Van Beek en Stadsarcheoloog Clevis, die in 1986/1987 een opgraving verricht hebben, een onmogelijkheid!
Andere onderzoekers die met hen samengewerkt hebben denken er net zo over. Toch zijn er een aantal punten waarom wij denken dat het klooster vanaf het ontstaan van het Kapittel Windesheim (1395) wel rond deze plek gelegen heeft en dat de bebouwing bij de Pastorieweg er deel van uitmaakte. Zo zijn er:

1 | De veldnamen
2 | De hoogteligging

3 | De perceellijnen
4 | Restanten van het klooster

5 | De overlevering
6 | De begraafplaatsen

7 | Frenswegen
8 | De bouwgeschiedenis

1 | De veldnamen

De archiefmedewerker dhr. W.H. Huijsmans heeft een veldnaam onderzoek gedaan in Windesheim (2). Een veldnaam kan de naam van een stuk grond zijn of van andere ‘objecten’ zoals een boerderij etc.. Een paar van die namen zijn opvallend zoals ‘t Klooster (B79). Het is nog steeds bekend onder die naam en sinds 1653 in archivalia vermeld. Volgens de bijgevoegde plattegrond van Huijsmans heeft het betrekking op het perceel Pastorieweg 2 en 4, met als begrenzingen, het Kerkhof en de Bergweg.
In de 17e eeuw waren er nog geen kadastrale minuutkaarten waarin de ligging van huizen en land vastgelegd werd. Men moest zich behelpen met vaak vage omschrijvingen. In bovengenoemd jaartal, 1653, is er sprake van een zekere Herman Janssen in ’t Clooster, die aan de Pastorieweg woonde. Het was in die dagen vast nog wel bekend waar het eigenlijke klooster gelegen heeft. Wij zijn genegen aan te nemen dat er geen betere omschrijving is om de woonplaats van de dhr. Janssen aan te geven dan dat hij woonde in de restanten van het klooster, om nauwkeuriger te zijn: het claustrum. Men zou hier tegen kunnen aanvoeren dat met het klooster ook andere gebouwen bedoeld worden, maar de volksmond kent over het algemeen geen onderscheid tussen claustrum en klooster.

De percelen Pastorieweg 2 en 4 (de woningen van de fam. Bredewold en de dominee) worden in het noorden begrensd door De Bongert (B78) en Het Bongertien (B77, boomgaardje). Niet nauwkeurig door Huijsmans te lokaliseren namen waren De Hoppenhof, De Koolhof, De Bomhof en De Vaalt. Tussen haakjes vermeldt Huijsmans dat deze vier bij het convent hoorden en deel uitmaakten van de boerderij ’t Klooster (Pastorieweg 2).
In de middeleeuwen werd veel kool als groente gegeten. We vinden bijvoorbeeld kooltuinen in Deventer en Zwolle. Hop werd bij de bierbereiding gebruikt. Waarschijnlijk zullen we De Hoppenhof en De Koolhof moeten zoeken in de omgeving van Het Kampje (B80) - en de vroegere brouwerij (de tegenwoordige kerk). In 1792 werden de kloostergoederen verkocht. Het Clooster, nu weer eens met een C geschreven, bracht 14.905 gulden op.
Er is nog een andere naam bekend. ’t Oude Klooster dat helemaal in het zuiden ligt (B95). Een uitleg van die naam wordt door Huijsmans niet gegeven. Betreft het hier een eerste woonfase van de kloosterlingen? Hier is weinig over bekend. Wij kennen twee verschillende lezingen over een vroeger klooster (dus vóór 1387) dat in Windesheim moet hebben bestaan. Ook toen het kapittel in 1395 ontstond en men moest bouwen volgens de geldende regels kan de fase van 1387 (of vroeger?) aangepast zijn of vernieuwd; misschien is er wel op een andere plaats gebouwd?

2 | De hoogteligging

Zoals in de kroniek van Busch (5) beschreven wordt is het klooster van De Moderne Devotie in 1387 gebouwd “op grond van de hoogte te Windesheim op de zuidzijde daarvan met zijn talrijke vruchtbare akkers en weiden”. Bekijken we de hoogtes in Windesheim dan liggen kerkhof en de woning van de dominee nu op het hoogste punt en wel op 4.04 m + N.A.P.. Een plek op het stuifduin dat niet geschikt was voor landbouw of weide. Gezien de ligging ook wat betreft overstromingen een geschikt punt om op te bouwen. Wat met de zuidzijde bedoeld wordt is niet erg duidelijk. Is de plaats van het oud(st)e klooster het zuidelijkste punt van het toen aanwezige duin? Het duin zoals die nu nog in het landschap te zien is? Of is het de zuidzijde van een (vroeger) wat meer noordelijk van het huidige kerkhof gelegen langgerekt duin? Of is er noordelijker van de aangegeven zuidzijde later een nieuw kloostercomplex gebouwd?
Als we de kroniek mogen geloven stortte in 1435 een deel der gebouwen in. Over de oorzaak is niets bekend. Omdat vlak langs het klooster een waterloop stroomde is het niet onmogelijk dat bij hoog water het zand waarop de muren gefundeerd waren onder de stenen wegspoelde.

3 | De perceellijnen

De kadastrale minuutkaart van 1832 toont merkwaardige perceellijnen in het gebied Pastorieweg 2 en 4 met de veldnaam ’t Klooster. Om Pastorieweg 4, met een vrij jonge bovenbouw, ligt een strook van ruim 5 m, ongeveer 8 el. Niet bekend is of het om een Zwolse of Deventer el gaat. Ook weten we niet hoe lang die el in die tijd is geweest. Wel weten we dat een el per plaats kon verschillen. Evenzo is het bekend dat er in de loop van de tijd voor een el een nieuwe lengte werd vastgesteld. Zo kan het dus voorkomen dat een el, zoals Busch die beschrijft, anders is van lengte dan dat er in het begin van de bouw werd gebruikt.
Wij houden de lengte van een el op 68 cm. Die maat van 8 el komen we in het verslag van Busch tegen als de breedte van een kloostergang. Dergelijke oude smalle perceelstroken kunnen alleen betrekking hebben op gedeelten van gebouwen zoals ons de landmeter dhr. Slot vertelde en waarvoor nog onze dank. Tussen de garage van de dominee en de losstaande schuur tegenover Pastorieweg 2 liggen een paar gebroken perceellijnen dat kan duiden op een verdwenen muur. Verder zijn er nog de opvallende lijnen bij M en L.


Op de kadastrale minuutkaart van 1832 staat één losstaande schuur. De huidige schuur wijkt af van de vroegere getekende kadasterlijnen van 1832. In deze schuur zijn oude muurresten te vinden. Ook een aantal andere lijnen wijzen niet op percelen weide of bouwland.
In Windesheim publiceerden wij de tekening hiernaast. Er zullen afwijkingen in de door ons gemaakte tekening voorkomen en wel om de volgende redenen. We hadden de beschikking over slechts een zeer kleine kaart die met behulp van een vergrootglas op een groter formaat getekend moest worden. Pas kort geleden konden we beschikken over betere vergrotingen die besproken worden in het hoofdstuk ‘De bouwgeschiedenis’. We hebben gemerkt dat latere kadasterkaarten, bijvoorbeeld voor rioolaanleg, verschillen vertonen met die welke wij gebruikten. Er komt nog wat anders bij, richt men zich bij het kaartmaken op het magnetische noorden en gebruiken we dan kaarten uit verschillende tijdsperioden dan treden verschillen op wanneer we ze op elkaar projecteren. Het is namelijk zo dat de magnetische pool ieder jaar een paar graden van plaats verandert. Het is dan ook opvallend dat een aantal lijnen evenwijdig loopt en afwijkt van een aantal andere lijnen die ook weer evenwijdig lopen. Het is best mogelijk dat de ene groep van evenwijdige lijnen vastgelegd is in een bepaalde periode en de andere groep daar later als een verandering aan toegevoegd is en waardoor op één kaart eigenlijk verschillende kaarten zijn weergegeven.




Gezicht vanaf het kerkhof
Een hoger liggend pad (op de plek waar vroeger de kerk stond. Zie straks de tekening.) is de verbinding tussen kerkhof en de Pastorieweg.
Links de panden Pastorieweg 4 en 2 en rechts de losstaande schuur van Bredewold waarin de onderaardse gang werd gevonden.
Op de voorgrond is duidelijk te zien dat de grond afgegraven is.



In Windesheim spreken wij het vermoeden uit dat de niet zuivere oost-west lijn voor de kloosterkerk zijn oorzaak kan vinden in de beschikbare grond en het lange smalle karakter van het duin in Windesheim. We willen er nog aan toevoegen dat het magnetische noorden in die tijd van de bouw van het klooster (en tijdens de verbouwingen) waarschijnlijk een grotere invloed heeft gehad dan tot nu toe werd aangenomen. Na bestudering door ons van verschillende kerkgebouwen/kloosters ter plaatse in Europa blijkt dat een kerk waarbij de fundering zuiver oost-west is georiënteerd de bekende speld in de hooiberg is. Een voorbeeld is de kathedraal van Salzburg. Hier heeft men de oude fundamenten opgegraven van de verschillende bouwfases. Goed te zien is dat de funderingen verschillende graden van elkaar afwijken. Op de vraag of de conservator wist waarom dit verschijnsel voorkwam antwoordde hij schouderophalend “Men keerde zich in een bepaalde tijd af van Rome en daarom zullen deze afwijkende oost-west lijnen te verklaren zijn”.(!!!)
In de tekening zijn ook een aantal hoogtepunten weergegeven. Daarbij valt op dat wij hier op het hoogste gedeelte van Windesheim zitten. Opvallend is de laagte op het punt 1.4 m. + N.A.P.. We vermoeden dat op die plaats de vroegere westvleugel lag. Zo te zien volgens de huidige kadasterlijnen is het kerkhof van vorm veranderd en iets noordoostelijk verplaatst. Het is evenzeer duidelijk dat rondom het hoger liggende pad, tussen kerkhof en Pastorieweg, afgegraven is (fundering en graftombes?). Zoals bekend, is ook ten oosten van het kerkhof een groot gedeelte afgegraven. We weten dat het klooster niet diep gefundeerd was, waarop we later terugkomen. Het is daarom uiterst merkwaardig dat het archeologisch onderzoek op het al eerder afgegraven weiland heeft plaats gevonden. Uiteraard zonder resultaat.

Foto is genomen vanaf de Bergweg (februari 2011)
Links achteraan de haag van het hoger gelegen kerkhof. Rechts de panden Pastorieweg 4 en 2 en de losstaande schuur. Kerkhof en panden zijn verbonden door het hoger liggende pad. Links is nog net de afrastering te zien van de huidige nieuwbouwwoningen. In het midden van de foto een hoge groene struik, die nu de kerk aan ons gezicht onttrekt.


Zicht op de Pastorieweg 2 met links de losstaande schuur. Rechts op de voorgrond het bakhuis.