Inhoudsopgave


1983

In januari met R.v.B. wethouder Eskens bezocht, omdat ik allerlei problemen ondervond tijdens mijn werkzaamheden voor de archeologie vroeg ik R.v.B. of het niet mogelijk was om op hoger niveau iets te gaan regelen. In januari 1983 werd er door R.v.B. een afspraak gemaakt met de toenmalige wethouder van Cultuur dhr. Eskens om eens over de archeologie te praten. Ik mocht ook mee. Achteraf bleek het meer een gesprek te zijn tussen R.v.B. en de wethouder want als ik iets te berde wilde brengen kapte Ruud dat steeds af en kwam ik weinig aan het woord. Het gesprek was er meer op gericht om Eskens, doordat ik meewas, aan te tonen dat er in Zwolle iets moest gebeuren op het gebied van een aanstelling van een beroepskracht. Ruud wist Eskens aardig in te palmen en die wist niet beter dat Ruud de vinder van alles was!! Ik vond het niet passend om daar de discussie aan te gaan wie de echte opgraver was.
Eén van de grote problemen waar ik mee te maken had was het parkeren van mijn auto als ik sloopwerkzaamheden in de gaten hield. Dit zou intern bekeken worden beloofde de wethouder. In maart 1983 resulteerde dat in een vergunning die ik op kon halen maar ik moest nog wel legesgelden á f 28,75 betalen! Die vergunning en de latere zijn onder ‘Schatgraver’ te zien.

Dat die regeling niet helemaal lekker was leest u hierna: als er bouwactiviteiten plaatsvonden wilde ik daar natuurlijk mijn auto ter plaatse hebben want daar lagen mijn gereedschappen in. Gereedschappen die mijn eigendom waren en die ik aangeschaft had om fatsoenlijk te kunnen werken want niemand van de mensen die ooit in Zwolle onderzoek gedaan hadden was in het bezit van een waterpomp-detector-verschillende schoppen-greep-ladders-breekijzers-troffels-zaklamp-prikstokken-emmers-plastic zakken etc.. In Zwolle was het parkeren toen ook al een groot probleem en de stad was verdeeld in verschillende sectoren. Als ik bijvoorbeeld in een sector de sloopwerkzaamheden in de gaten hield kon ik een vergunning kopen maar als ik de werkzaamheden tegelijkertijd in een andere sector wilde bekijken en mijn auto daar wilde parkeren moest ik eerst terug naar het Stadhuis om de vergunning in te wisselen voor een andere die geldig was in die andere sector!! Als u dan weet dat er soms op één dag in drie verschillende sectoren draglines aan het werk waren kunt u begrijpen dat dat niet de oplossing was. Hoe maak je iemand gek? En hoe houd je werk als ambtenaar! Langzamerhand werd ik daar zo flauw van dat ik een gesprek wilde hebben met interne zaken want Ruud had daar geen zin in. Om een lang verhaal kort te maken: ik kreeg van leidinggevende Dhr. Lennips een zoals men toen noemde ‘grote vergunning’. Deze vergunning hield in dat ik vrijwel overal mocht parkeren en ik hoefde voor de vergunning niets meer te betalen! Niet te geloven; mijn oude rode Ford bestelwagen kon je daarna overal vinden in de stad maar dat niet iedereen het geloofde dat zo’n auto zelfs aan de gele trottoirbanden mocht staan bleek uit de verschillende parkeerboetes die ik onder mijn ruitenwissers vond. Ondanks dat de vergunning op het dasboard lag!! De parkeerwachters moesten tot de orde geroepen worden door adjudant Kistenmaker maar het heeft wat (onnodige) tijd gekost voordat (mijn auto dus) geaccepteerd werd in het Zwolse straatbeeld. Tot in 1986 kreeg ik keurig bericht dat de vergunning door mij afgehaald kon wordenz (Hoe illegaal zou ik dan bezig zijn!!)
Verder heeft het gesprek met Wethouder Eskens mij niets opgeleverd want uiteindelijk werd er in 1987 een Stadsarcheoloog aangesteld die een academische opleiding had genoten. Tot die tijd was ik wel goed genoeg om allerlei werkzaamheden uit te voeren! En verder mocht en moest ik niet lastig zijn.

Op 2 februari in het provinciehuis nog een studiedag archeologie bezocht waar hoofdzakelijk werd gesproken hoe en op welke manieren stadsarcheologen en assistenten konden worden aangesteld (zie Inleiding). Deze dag was georganiseerd door de Culturele Raad van de Provincie Overijssel.

Op 2 februari verscheen er ook een artikel in de Zwolse Courant waarin te lezen was dat er in de sigarenzaak van Henk Noordman een pijpenpot te zien was. De pijpenpot was al in juni 1982 gevonden door dhr. Nienhaus van het Oversticht op de plaats waar een oud huis had gestaan aan de Drietrommeltjessteeg. Onder dat pand werd afval aangetroffen van een pijpenbakkerij. In het Z.A.D. heb ik in het Nawoord een foto geplaatst en aangegeven dat als stadsarcheoloog Clevis daar gaat graven hij moet opletten. Later liet Clevis in de krant schrijven dat er nergens op die plaats iets in de bodem gevonden was en dat het verhaal over een pijpenbakkerij ‘luchtfietserij’ was. Hier opnieuw veel bla, bla van de stadsarcheoloog want in het Zwols Historisch Jaarboek van 1984 heeft Arnold Carmiggelt op blz. 88 t/m 97 deze vondsten en de locatie beschreven. Zie ‘Pijpenkoppen’.

Vijfhoek

Nadat ik in december 1982 al eens gekeken had, heb ik half februari 1983 de sloop een aantal dagen gevolgd. Opnieuw weinig medewerking van de bouw. Op de putten werd meteen zand gestort!!! Waar was R.v.B? Ben toen naar zijn huis gegaan en gevraagd of hij mij wilde helpen. “Of de slopers al weg waren” vroeg hij! Later is hij toch gekomen en een dag meegeholpen samen met Jaap v.d. Berg.
Onder een huisfundering lag 15 eeuws scherfmateriaal. Buiten het huis 16-17e eeuws. Shovelmachinist nam de 17 eeuwse polychroomtegels mee. Zelf vond ik nog scherven van polychrome koppen en schotels. Later met R.v.B. gepraat over het Pletterstraatproject. R.v.B. heeft geen tijd!!


Een doorkijkje richting de huizen aan de Walstraat. Samen met R.v.B. bezig om een put bloot te leggen.
Foto: Jaap v/d Berg


Eind februari ontving ik thuis een delegatie van het museum Almelo. Er was door een bekende van mij aan hen een bedrag geschonken met de restrictie dat ze in Zwolle maar eens contact met mij moesten opnemen en wat bodemvondsten aankopen. Dit omdat er in het verleden handelscontacten waren geweest tussen Almelo en Zwolle.
De heren heb ik het gerestaureerde materiaal laten zien dat gevonden was op de Ossenmarkt in 1982. 27 voorwerpen zijn toen van eigenaar veranderd. Dit nieuws was aanleiding voor een paar krantenartikelen. Later vroeg Verlinde mij “waarom heeft Almelo zulke mooie voorwerpen gekregen en wij (P.O.M.) materiaal dat nog gerestaureerd moet worden?” Ik heb hem toen geantwoord: “Almelo heeft er meer geld voor over. Ik wil het materiaal van het P.O.M. ook wel restaureren maar voor niets gaat de zon op”. In ieder geval bleek uit deze vraag van Verlinde dat hij de voorwerpen van Almelo onder ogen heeft gekregen. Hij heeft er verder geen probleem van gemaakt.

Van 8 t/m 11 maart aan het werk geweest in het bijgebouw van het museum aan de Melkmarkt. Men was daar bezig met een verbouwing en stuitte op een put. 8 maart avonds belde Ruud dat er in het museum een put was. Of ik even wilde helpen om te kijken of er misschien voorwerpen in zaten, op 9 maart wezen kijken. Harry Havers (R.v.B. zijn schoonzoon) moest nog plavuizen hebben uit het bijgebouw!

11 maart bij de put aan het graven geweest samen met Jaap van de Berg. De stank was behoorlijk en trok door het museum. We waren meters diep en vonden weinig. Erg moe want alles moest naar boven getakeld worden. En toen we het gat groter wilden maken mocht dat niet van suppoost Beumer. We mochten ‘s avonds de beer, i.v.m. de stank, niet buiten laten liggen (Ze snappen er echt helemaal niets van dat je 10 000 kilo er niet de volgende dag opnieuw uit gaat halen.) Het meeste was er uit dus de kans dat we net de vondsten zouden doen was groot!! De stank was aanleiding om de put dan maar dicht te gooien.

Zoals u op de afbeelding kunt zien was ik meters diep (3,5 m) en bijna op de bodem en u begrijpt dat ik het niet leuk vond om te stoppen. Alles moest door Jaap v.d. Berg met een emmertje naar boven worden gehesen. Foto’s: R.v.B..
Dat ik niet bereid was om het drab, dat wij er met emmertjes uitgehaald hadden, weer in de put te scheppen zult u wel begrijpen. Ik ben dus weggegaan en wie de put dicht gegooid heeft weet ik op de dag van vandaag nog niet! In de put had ik nog wel Siegburg—Raeren—fragment van een grape uit de 16e eeuw en een bord aangetroffen die in het museum opgeslagen zijn. Wat zou er nog meer in de put liggen?

Vijfhoek (vervolg)

Medio maart opnieuw daar gezocht. Nu achter de nog af te breken panden. Veel blauwgrijs aardewerk en Siegburgmateriaal. Keldertje met jong materiaal waaronder een munt met het jaartal 1927. Verder nog wat proefgaten gemaakt en geconstateerd dat bij de stoeprand de oude gracht? begint richting Mariaschool - Gasthuisplein. Conclusie: ook hier was het onbegonnen werk om op de plekken waar de shovel al aan het werk was geweest vondsten te doen. Bemerkte dat de sloper bij de Vijfhoek drie zwartwerkers aan het werk had. Daarom slechte medewerking?

Pletterstraat

Van deze opgraving (maart - mei) heb ik een apart hoofdstuk gemaakt om u opnieuw op de hoogte te brengen hoe er opgegraven werd en wat je allemaal meemaakt. Lees dat voor u verder gaat. Tijdens de opgraving in de Pletterstraat ben ik verschillende malen weggeroepen om met R.v.B. te kijken in de museumtuin waar nog grondwerkzaamheden plaatsvonden!

pletterstraat

In maart werd er nog een onderzoek ingesteld op de hoek van de Rozemarijnsteeg-Bitterstraat.

pletterstraat

Voordat de grondwerkzaamheden zouden plaatsvinden, voor appartementenbouw, wilde R.v.B. nog wat onderzoek doen op de binnenplaats. Samen met Jaap v.d. Berg hebben we daar gegraven en kwam er een fundering van een achtkantige toren tevoorschijn. Deze toren is ook al te zien op de tekening van G.Braun-Fr. Hogenberg uit 1581. Aan de kant van de Nieuwstraat zou rond die tijd een klooster gestaan hebben waarvan de toren deel uitmaakte. Omdat in de Pletterstraat de machines hun werk gingen doen heb ik daarvoor gekozen en de Rozemarijnstraat zou dan later weer in beeld komen. Achteraf is daar nooit meer gezocht wat ik erg jammer vond maar R.v.B.’s wil was toen wet! Achteraf bleek dat hij geen toestemming kreeg van de bouwopzichter om daar onderzoek te doen! Of maakte R.v.B. weer eens problemen? In ieder geval een vreemde zaak want hij woonde aan het eind van de Bitterstraat en kon dus alles in de gaten houden!



Eind 19e eeuws materiaal dat opzij van de trap werd gevonden.

Op de kaart is de toren te zien waarvan wij toen de fundering en een aantal treden gevonden hebben. Het steenformaat van de achtkantige toren, uit minimaal de 16e eeuw, was 22.3 x 11 x 5.5 cm.

Mariaklooster - Hasselt

Ad Verlinde vroeg of ik 8 april mee wilde helpen bij een proefopgraving in Hasselt bij het voormalig Mariaklooster. Samen met Verlinde daar naar toe geweest. Van een jongen, die met een detector liep, een tapkraan ontfutseld die in het artikel van Ad Verlinde, in ROB overdrukken Nr. 269 in het verslag 1982-84 is vermeld.

12 april was er in Wythmen in de berm door Bruins inheems Romeins en Frankisch materiaal ontdekt. In eerste instantie werd er gedacht aan een graf maar “de wens was de vader van de gedachte”! Ben op 12 april daar niet bij aanwezig geweest. 2 dagen later bij de persbulten gekeken die gemaakt waren achter het pand dat in de bocht van de Heinoseweg bij Wythmen staat. De persbulten liggen op een verhoging in het landschap tegen de kruising aan waar de Oude Wythmeseweg overgaat in de Oude Twentse weg. Hier vond ik een aantal 12-13 eeuwse scherven en in de greppel een stukje slijpsteen. Een scherf uit een droog gevallen slootje bleek een rand te zijn en was gemagerd met organisch- en kwartsmateriaal. De plek is waarschijnlijk nog interessanter, gezien de hoogte, dan waar aan de overzijde, langs de saunaweg, de eerdere vondsten gedaan werden.

Broerenkerk

In april werd ik gevraagd om eens te komen kijken bij de aanleg van leidingen die in de vloer van de Broerenkerk werden vernieuwd/aangelegd. Met de opzichter ook op de zolder gekeken en tussen de houten dakspanten was een zandstenen heiligenbeeld weggestopt. Waar het later gebleven is?

Meppel

In april kreeg ik een telefoontje van R.v.B.. Hij vertelde dat hij gebeld was door mensen van de historische kring Meppel. Of er eens gekeken kon worden bij sloopwerkzaamheden in Meppel. R.v.B. vertelde nog wel dat de personen met de slopers slechte ervaringen hadden. De slopers wilden niet mee werken. Of ik eens wilde gaan kijken. Ik ben daar toen een paar dagen geweest maar heb niemand gezien van de historische kring!! Wel vertelden de slopers mij een vreemd verhaal: er zou een oudere man geweest zijn en die maakte trammelant waardoor de slopers geen zin meer hadden om medewerking te verlenen. Nou, dat klopte ook wel want ook ik bereikte weinig. Uit een enkele ingraving kwamen nog scherven tevoorschijn die na het schoonmaken en plakken afkomstig bleken te zijn van een 16 eeuwse waterkan.

Nu in 2012, en ik ben in al die jaren wantrouwig geworden, heb ik het vermoeden dat R.v.B. de persoon was die trammelant heeft gemaakt met de slopers want het was natuurlijk vreemd dat ik daar alleen naar toe kon gaan en dat ik ook niemand van die historische kring trof. Maar goed: ik kan het ook mis hebben maar vreemd blijft het.

Spoelstraat

Bij de sloop van een pand aan de Spoelstraat door de firma v/d Vegte kwam de oude stadsmuur tevoorschijn. Ik heb toen Monumentenzorg er bij gehaald. De muur zat naast Spoelstraat 4. R.v.B. heeft daar later over geschreven in het Jaarverslag 1983 van de “Vrienden van de Stadskern” en vermeldt het steenformaat; 30 x 14,5-14 x 7,5-7 cm. Hij geeft als datering eerste helft van de 14e eeuw.
Het kleine manneke van het sloopbedrijf van v/d Vegte heb ik met een snoekduik behoedt voor een klap van de dragline. De kont van de machine ging plotseling draaien en zou hem raken en plat drukken tegen de muur als ik hem niet weggedoken had. Je maakt wat mee!


Bij de oude stadsmuur kwam nog een put tevoorschijn maar waarschijnlijk ging het om een waterput. Foto: R.v.B.

Op de andere foto staat aan de rechterkant de dochter van R.v.B. Zij woonde daar met haar partner en konden zodoende de Spoelstraat overzien. Tegenover hun werden in 1984 de panden verwijderd om plaats te maken voor de nieuwbouw van de bibliotheek. Zij deden de melding richting R.v.B. dat ik met Arie Bouwman al aan het werk was (zie Bibliotheek).

Vijfhoek/Walstraat

In mei opnieuw onderzoek gedaan bij de panden in de Vijfhoek en achter de huizen die met de voorgevel aan de Walstraat staan.




Hier bezig om een beerput leeg te halen. Rechts op de foto Henk Hasselt. Een coinhunter die de kunst van het kijken aan het testen was!



Het gevonden materiaal. In deze put werden tegels gevonden en de resten van een prachtige plooischotel. Graaffoto’s: R.v.B.