Inhoudsopgave


1985

In mijn laatste publicatie, Zwols Historisch Tijdschrift van januari 1985, waar ik uit de opgraving aan de Spoelstraat ( bibliotheek) twee vondsten beschrijf, had ik in de inleidende tekst een zin opgenomen. Er was te lezen: “Jammer was ook nu weer, dat door voortijdige publicatie van door de groep gevonden gegevens, sommige personen archeologie met zelfverheerlijking verwarren”. Deze zin wilde ik er perse in hebben en aan dat verzoek heeft de toenmalige redacteur van de vereniging, Jaap Hagedoorn (de latere voorzitter van de vereniging en Wethouder van Zwolle) voldaan omdat hij zelf ook aanwezig was tijdens die opgraving en de kapriolen van R.v.B. had meegemaakt. De waarheid kwam hard aan bij R.v.B. want zoiets mag je natuurlijk niet schrijven! Na deze uitspraak van mij heeft R.v.B. met zijn vrienden overlegd en werd ik buitenspel gezet. “Kennis is macht maar kennissen zijn machtiger.”

Zo zie je maar dat als je bedreigend bent je meteen een kopje kleiner gemaakt wordt. In het zelfde blad wordt vermeld dat R.v.B. aangeboden heeft om een lezing te verzorgen over de opgravingen op het Kasteelterrein Voorst en de opgraving bij de Spoelstraat! Hij doet er alles aan om op de voorgrond te blijven. R.v.B. begon toen ook te schrijven in het blad van de provincie; ‘Overijssels contactbericht’ en natuurlijk voor de ‘Zwolse Historische Vereniging’ (jaarboek 1984)!
In de publicatie over de opgraving bij het Ziekenhuis de Weezenlanden is in het nawoord aandacht geschonken aan een affaire die ontstaan is na het verschijnen van het ‘Overijssels Contactbericht van 1988’. Het anonieme artikel zou geschreven zijn, nadat Herman Kamphuis om opheldering gevraagd had bij de redactie, door Ingrid Wormgoor maar Herman Kamphuis en ik hebben over die naam, als zou dat de anonieme schrijfster zijn, onze twijfels. Gezien de inhoud van het commentaar moet het om iemand gaan die bekend is in de archeologie en dat is zij niet. Of zij zou gesouffleerd zijn en dan mag u raden door wie! Misschien heb ik het verkeerd maar al die ‘toevalligheden’ ontstaan niet zomaar! Want toeval is het wel dat Wormgoor iets te maken heeft met de Culturele raad van Overijssel en toetrad tot de redactie van de Zwolse Historische Vereniging. Welke functie zij had binnen de provincie: streekconservatrice- gesprekleidster Cursus Museale medewerkster. Verder zal ik daar maar niet op ingaan.

24 januari ben ik nog in Amersfoort bij de R.O.B. geweest.

Op 19 februari werd R.v.B. 70 jaar. Er werd hem een boek aangeboden waar verschillende bekenden van hem een artikel voor ingeleverd hadden. Van het boek en het feestje wist ik niets af maar waarschijnlijk zal dat gekomen zijn doordat onze samenwerking, tijdens de opgraving bij de Spoelstraat van eind 1984, uit de klauw was gelopen. Toch blijft het vreemd want de artikelen voor het boek moeten al klaar geweest zijn en ingeleverd voordat de ruzie ontstond. Heel duidelijk dat ik niet in aanmerking mocht komen om een artikel te schrijven in het boek dat een vriendenboek werd genoemd en natuurlijk was ik niet welkom op de receptie! Dat R.v.B. dan ook nog een medaille opgespeld kreeg van de gemeente Zwolle voor zijn verdiensten voor de archeologie bewijst weer waarom ik niet aanwezig mocht zijn. Veronderstel dat ik de mythe rondom R.v.B. aan zou tasten!

Ceintuurbaan

In april en mei de werkzaamheden bij de Ceintuurbaan en het heien bij de kantoren in de gaten gehouden.

Assiesstraat | april

Woningen werden daar afgebroken en het terrein lag braak. (Waarom geen onderzoek?) Toen er een gasleiding werd verlegd heb ik R.v.B. gebeld dat er misschien iets te zien was maar hij had geen interesse. (Nasleep nog van de bibliotheekaffaire?) Met vriend Jan Klein aan het graven geweest. In een put 17 eeuws materiaal.
Hierbij de notitie dat na de bibliotheekopgraving de verhouding tussen mij en R.v.B. was verslechterd maar toch deed ik nog een melding naar hem toe als er werkzaamheden waren waar hij geen notie van had. Na deze melding van de Assiesstraat alleen nog meldingen gedaan via de Zwolse Courant.

Walstraat

In mei nog gekeken in een pand van Bob Korpershoek maar niets bijzonders aangetroffen.

Assiesstraat | mei- juni

noorderflat

U kijkt vanaf parkeerdek ‘Noordereiland’ richting de stad. Op de voorgrond de Assiesstraat. Zie ook de rode pijl op de kaart voor de kijkrichting.

noorderflat

Bouw van de 'Noorderflat' aan de Heiligeweg-Schoolmeesterssteeg. De laatste gebouwen werden gesloopt, funderingen verwijderd en er kwamen afvallagen tevoorschijn. Op de kaart van Blaeu is op die plek water ingetekend. Waarschijnlijk een restant van de oude (Thorbecke?)gracht of een oude bedding? Op de kaart van Van Deventer geeft hij voor dat gebied nattigheid aan maar een water is er niet ingetekend. Een overstromingsgebied? Dit overgebleven water zal toen als kolk bekend geweest zijn en volgestort met het materiaal dat ik samen met Wim Rijnberg en Arie Bouwman vond. Arnold Carmiggelt is er een paar dagen bij geweest omdat hij opdracht had gekregen van R.v.B. die ik er dus niet gezien heb!! Het afvalmateriaal kan afkomstig zijn van restladingen van de schepen die aanmeerden aan de Thorbeckegracht. Opmerkelijk bij de vondsten waren de hoeveelheid borden en schoenen. Met de detector werden verschillende metalen voorwerpen gelokaliseerd.

noorderflatnoorderflatTijdens mijn aanwezigheid op een zaterdagmiddag werden er monsters genomen van het grondwater. Grondwater dat opgepompt werd en vrijelijk over de straat werd weggeleid. Een watermonster bleek zoveel verontreiniging te bevatten dat na dat weekend besloten werd om een speciale drainering aan te leggen om het grondwater op een andere manier te verwerken! Dat het grondwater ter plaatse verontreiniging bevatte is niet vreemd want waar nu het parkeerdek is gerealiseerd stond vroeger de gasfabriek! De sintels daarvan zijn rond die fabriek verspreid. Op het terrein was men begonnen om gaten te boren waar beton in werd gestort. Net als bij de Pletterstraat gaf dat problemen. Een grote waterbende maar voordat de speciale drainering werd aangelegd had ik gelukkig nog kunnen constateren dat er dikke klei- en veenlagen onder de afvallagen in de bouwput aanwezig waren. Daaronder kwam, 14e eeuws, steengoed tevoorschijn. Toen de draineringbuizen werden geplaatst doorboorde men de klei- en veenlagen opnieuw en kwam het grondwater schuimend en in grote hoeveelheden naar boven. De bouwput werd overspoeld! Nadat de drainering aangelegd was nog wat door kunnen graven maar omdat het grondwater verontreinigd was geen risico genomen en de bouwput maar verlaten.

tinnen bordtinnen 
bordEén van de mooiste vondsten uit de stort was een tinnen bordje van 5 cm. Het speelgoed is voorzien van het Neurenbergse tinkeur dat in de rozet in het midden is aangebracht. Het merk is van de Neurenberger tingieter Ulrich Appel, 1659-1707. Zeer zeldzaam en puntgaaf!
Het bordje en ander tinnen speelgoed dat door mij gevonden is, is beschreven op blz.10-13 van het boek “Pracht en praal op kleine schaal”. Het boek werd uitgegeven bij de tentoonstelling van poppenhuizen uit de collectie Markesa. Door een misverstand is de vondstlocatie als Sassenstraat vermeld maar dat moet Assiesstraat zijn. Ook in de Sassenstraat werd tinnen speelgoed gevonden (einde 16e eeuw - ± 1610) evenals in de stort bij het Gouverneurshuis ((vóór ± 1623). Alleen zijn die bordjes – emmertje – brandewijnkommetjes niet gemerkt. Tijdens de opgraving van Kasteel Voorst 2 heeft Wim Rijnberg een fragment van een klein tinnen speelgoedschoteltje (38 mm) gevonden. Verlinde geeft aan dat het bordje waarschijnlijk Neurenbergs is. Een beter onderzoek naar wanneer tinnen kinderspeelgoed uit Neurenberg geëxporteerd is naar de Nederlanden zal eens moeten plaatsvinden. Als er dan contact gezocht wordt met gravers en coinhunters of de informatie op het internet bij de verschillende sites over bodemvondsten te lezen, dan kom je al een heel eind. In ieder geval is het bordje van het kasteelterrein van vóór 1362!


glasbeker
De paarse glasbeker is 15,5 cm hoog en werd samen gevonden met de wijnfles.
Beiden zijn te dateren rond 1575.



Op 30 juli ontving ik van Verlinde, in het bijzijn van Gert Oostingh, de voorraadpot van blauwgrijs aardewerk waarvan ik de scherven in 1982 en 1983 had gevonden. In de Swollenaer van 30 augustus 2010 staat een artikel over de opgraving die de stadsarcheoloog gedaan heeft in de wijk Kamperpoort op de hoek Pannenkoekendijk-Mussenhage. Daar werd pottenbakkersmateriaal gevonden dat behoord zal hebben aan Godeken Pottman die daar in 1415 zijn bedrijf had. Het gevonden aardewerk, o.a. het blauwgrijze materiaal lijkt als twee druppels water op het door mij gevonden aardewerk in de dolkput van de Ossenmarkt.

Op 28 Augustus vermeldde de Zwolse Courant dat er tijdens werkzaamheden bij Schouwburg Odeon een steengoed veldfles was gevonden door een bouwvakker. Bij de vondstmelding was Gert Oostingh, de andere Rijkscorrespondent, betrokken. Waar de veldfles gebleven is?

Bibliotheek - Spoelstraat

Hier nog eens gekeken omdat de zijkanten van de bouwput schoon waren gemaakt en daar profielen te zien waren. Zoals ik al in de publicatie geschreven heb werd mijn bezoek niet meer op prijs gesteld en mocht ik de bouwput niet meer in!

Britswert | 5-6 september

In Britswert (Friesland) wezen kijken omdat er een vriend van mij woonde en hij er zich over verbaasde dat er tijdens het leggen van een riool, dwars door het dorp, geen onderzoek werd gedaan. Samen met de dorpsjeugd toen wel onderzoek gedaan en veel materiaal gevonden die het bewijs leverde dat er al veel vroeger bewoning op die plaats geweest moest zijn dan tot dusver werd aangenomen. Verlinde heeft op 10 september de scherven bij mij thuis bekeken omdat R.v.B. dat niet wilde! en Verlinde adviseerde mij om Elzinga (archeoloog voor Friesland) te bellen. Ik heb dat gedaan maar hij heeft niet de moeite genomen om de scherven op te halen!

hasseltHasselt | september

Komende vanaf Zwolle werd vlak voor Hasselt, tegenover de Hanzeweg, links van de Hasselterweg (N331) een boerderij verbouwd tot informatiecentrum voor het Landschap. De boerderij lag op een verhoging en tijdens de werkzaamheden rondom kon ik constateren dat de verhoging omgeven was door veen. In de waterartikelen, waar o.a. een kaart van de Mastenbroekerpolder is afgebeeld met daarop een oude bedding. Een restant daarvan is vlakbij de verhoging nu nog te zien. De rest is verland.


Bij de pijl de onderzochte plek. Rechts het industriegebied van Hasselt.
Goed te zien zijn de restanten van een oude waterlopen in de polder (links).

Korte Kamperstraat- Jufferenwal | september

Samen met Henri van Dijk in de timmerwerkplaats ‘De Waag’ een kelder bekeken. Duidelijk te zien was dat de kelder doorsneden werd door de oude Stadsmuur.

26 september trad Vincent van Vilsteren af als voorzitter van de A.W.N.. Verschillende malen heb ik met Vincent voor die tijd gesprekken gehad en ik bemerkte toen dat hij er genoeg van had om te fungeren als pispaaltje. Vincent wenste mij sterkte en zei nog “Van Beek heeft ook niet het eeuwige leven”.

Boerhavelaan | oktober-november

Bij Wim Rijnbergen, Boerhaavelaan 7, aan het vlakken geweest omdat hij verschillende Pingsdorff en kogelpotscherven had gevonden tijdens het bouwen van zijn garage.

Enkstraat - Van de Laenstraat | november

In beide straten werden huizen afgebroken en zouden er nieuwe woningen gebouwd worden. Voor het eerst daar met Joop Bredewold de sloopwerkzaamheden in de gaten gehouden. Later, maart 1986, veel waarnemingen kunnen doen waar ook Henri van Dijk bij betrokken was.
Onder een pand in de Enkstraat kwam een stuk heel harde gelige zandgrond voor. Het leek of er een stuk zandsteen lag maar waarschijnlijk had het te maken met vloeistof dat afkomstig was van een werkplaats op die plek.
Op een zolder vond Joop een kist waar oude glasdia’s inzaten en die later afkomstig bleken te zijn van dhr. Voerman. Voerman was fotograaf en op de dia’s waren al zijn medebroeders van de N.S.B. te zien. De dia’s zijn verkocht aan Steven Volmer en die heeft er afdrukken van gemaakt en later heeft hij de dia’s weer doorverkocht aan het gemeentearchief. Dat iemand zoiets (gevaarlijks) op een zolder laat liggen?

brouwerssteegBrouwersteeg (nu Brouwerstraat) | November

De firma Govers had in de Brouwerssteeg een zijingang voor de bruidszaak met daaronder een kelder. Omdat in de kelder een nieuwe verwarminginstallatie geplaatst moest worden kregen Wim Rijnbergen en ik de kans om wat onderzoek te doen. 30 cm onder de plavuizen vloer bleek een afvoer te liggen. Deze liep af richting de steeg waar onder een dikke zandlaag een behoorlijke prut aanwezig was. Alles was behoorlijk drassig. Waarschijnlijk had de drassigheid te maken met een oude waterloop vanaf het Gasthuisplein richting de Broerenkerk zoals ik in WW2 beschreven heb. Het was een mooie oude kelder met veel nissen waar kaarsen in gezet konden worden.

weezenlandenZiekenhuis De Weezenlanden

De opgraving, die tot doel had om het 15-16 eeuwse Mariënboschklooster te lokaliseren en die van oktober ’85 t/m begin januari ’86 duurde, is beschreven in het Zwols Archeologisch Dagboek. In de bouwput die gelegen was in de oude Marke Assendorp-Middelwijk werden sporen gevonden van een boerderij uit de 11e-12e eeuw (of eerder) en vuursteenwerktuigen van ± 8000 jaar oud. De geschiedenis van deze locatie is beschreven in een bijzondere uitgave van ‘Ach Lieve Tijd’ met als titel ‘Van Boerderij tot Artsenij’.


Hiernaast een bakje van zandsteen dat als fundering van een afvalput dienst deed samen met andere oude bouwmaterialen. In de put werd alleen materiaal gevonden uit het begin van de 16e eeuw. Het klooster is in 1510 in brand gestoken en daarna weer opgebouwd. Of toen de bouwmaterialen voor de putfundering gebruikt zijn? In 1524 is het klooster opnieuw vernietigd en is de put waarschijnlijk buiten gebruik geraakt. De afmeting van het bakje is 23.5 x 13.5 cm.


Verder ben ik benieuwd wat er met het archeologisch materiaal gaat gebeuren als het nieuwe ziekenhuis aan de Ceintuurbaan in gebruik wordt genomen. Nu is het materiaal nog te zien in een vitrine die in de hal van de polikliniek staat maar dan?

Wipstrikkerallee 20

Bij werkzaamheden bij het perceel in de Wipstrikkerallee werd gegraven en het bleek dat er tot onder 1½ meter onder het maaiveld alleen maar schoon wit zand aanwezig was.