Inhoudsaanduidingen, inhoud en een vergelijk met steengoed kruiken

Op pagina 2720 (juni 2001) van ‘Meten & Wegen’ heeft mijn plaatsgenoot G.P.M. Schunselaar een rij steengoed kannen beschreven die voorzien zijn van de opschriften ‘KAN’. Jaren daarvoor heb ik een tiental in mijn bezit zijnde kruiken waar ‘KAN’ opstond aan een onderzoek m.b.t. hun inhoud onderzocht. De uitkomsten daarvan heb ik toen met Schunselaar doorgesproken en samen waren we tot de conclusie gekomen dat het onmogelijk is om via dit soort onderzoeken de inhouden te koppelen aan dateringen want er is geen touw aan vast te knopen.
Toch heb ik eens in mijn collectie gekeken of er aanvulling gedaan kon worden op de boven genoemde onderzoeken. Ook kruiken met cijferaanduiding heb ik voor de dag gehaald en aan het eind ben ik eens bij de archeologische vondsten gaan kijken. Alhoewel daar geen aanduidingen opstaan geven ze misschien iets van het geheim prijs; “zijn er verbanden te ontdekken tussen kruiken-drinkbekers en de inhouden die in allerlei publicaties als waarheid vermeld zijn”?

Allereerst zou ik willen voorstellen dat er spelregels voor de metingen ingevoerd gaan worden. Meestal zit er in een kruik een restant van de vroegere inhoud. Denk maar eens aan ingekoekte olieresten. Moeilijk om die te verwijderen maar wel noodzakelijk om een juiste inhoud van de kruik vast te stellen. Tot hoever vullen we de kruik of drinkbeker? De nauwkeurigheid van de metingen wordt hierdoor zeker beïnvloed. Daarmee komt meteen de vraag op:”tot hoe ver onder de rand moest in het verleden de vloeistof staan?” Bij maatbekers weten we dat daar een pegel ingezet moest worden maar bij (grootverpakkingen) kruiken waar ‘KAN’ of een cijfer op staan? Werden die met een gepegelde (kleine)kan gevuld? Was de kruik alleen in gebruik om de vloeistoffen in te vervoeren? Of moeten we de aanduiding zien als: we gaan naar de handel en nemen een kruik mee met een bepaalde aanduiding waarvan we weten dat wat wij bestellen er ook in kan?

Deze gesneden kurk zat op de 10 kan van de firma Smidt en lijkt me origineel. Maar wat is origineel? In ieder geval zat deze er een halve centimeter in.

Er zijn ook conische keramisch stoppen. Deze konden gebruikt worden voor verschillende halsopeningen. Universeel dus. 7 cm lang.

10 KAN; de ingesneden tekst ‘E.A. Smidt Assen’ is met blauw glazuur geaccentueerd. 45 cm hoog en 23 cm is de grootste diameter. Inhoud 12.5 l, vloeistof 2 cm onder de rand

5 KAN; de gestempelde tekst ‘Doyer & van Deventer Zwolle’ is met blauw glazuur geaccentueerd. 40h x 17d Inhoud 6.6 l, vloeistof 2 cm onder de rand.

De zogenaamde oliekruik is gestempeld met de aanduiding ‘1’, wat 1 ‘worp’ betekent: het aantal (1) van twee volle handen klei, benodigd om de kruik te maken. 29h x 17d Inhoud 2.2 l tot aan bovenkant ooraanzet.

Een kruik gemerkt met een 3. 35h x 23d. Inhoud van 7 l tot aan bovenkant ooraanzet.

Verder nog een paar kruiken zonder inhoudaanduiding en enkele bodemvondsten. Grote probleem is natuurlijk waar de kruiken gemaakt zijn en zijn die naar de plaatselijke maat gemaakt of zijn de inhouden aangepast aan de inhouden die geldig waren in de plaats van de besteller van die kruiken? Waren de mooi beschilderde kruiken alleen voor particulier gebruik (om rijkdom uit te stralen) of werden ze ook gebruikt in winkels?

Op deze kruik drie verschillende symbolen die ‘3 worp’ aanduiden. 40h x 26d. Inhoud 8.2 l tot aan bovenkant ooraanzet.

Een mooi beschilderde kruik met de aanduiding 4. 31h x 21d. Inhoud 4.6 I tot aan bovenkant ooraanzet.

Kruik met een prachtige beschildering. 30h x 20d. Inhoud 3.4 l tot aan bovenkant ooraanzet.

J. van Maanen Hoorn. Boven de tekst is een plek waar geen glazuur zit en plaats is voor een etiket. 37h x 23d. Inhoud 7.65 l. tot aan bovenkant ooraanzet.

Kruikje met zoutglazuur. Rond 1600. 14h. Inhoud 3 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Driesteden kruik; in de kruik zijn de wapens te zien van de steden Zwol-Campe-Defentre en het jaartal 1577. Verder zijn de initialen H.H. aanwezig en die staan voor Hans Hilgers (1569-1595) een pottenbakker en vormsnijder uit Siegburg. 22 h. Inhoud 9.6 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Enghalskanne; dubbelkoppige rijksadelaar met in de klauwen het zwaard en de Rijksappel. 1650-1675. 23h. Inhoud 10.9 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Siegburg; 14e eeuw. 20.5 h. Inhoud 6.7 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Slibkannetje; ± 1600. 13h. Inhoud 2.8 dl tot kraag in hals.

Siegburg; 14e eeuw. 20h Inhoud 5.6 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Siegburg?; 13h. 14e eeuw. Inhoud 1.6 dl tot aan bovenkant ooraanzet.

Drinkbeker; Brunssums aardewerk, 1190-1200. 11h. Inhoud 3dl tot aan bovenste horizontale streep.


Als laatste een Trechterhalsbeker: datering rond 1575.
13h. Inhoud 1.8 dl tot aan rand.


Het bepalen van de inhoud is gemakkelijker uit te voeren dan het dateren van de kruiken of drinkbekers. Kenners kunnen aan de hand van de grofheid van de draairingen op het grondvlak, de gebruikte (kleuren in) glazuren een inschatting maken. Net als bij de meting van de korenmaten zul je met de datum moeten beginnen.
Zolang die niet exact vast staat zal het behelpen zijn. Wat je bijvoorbeeld bij de ‘kannen’ ziet is dat er een periode is van de iets grovere draairingen en een roodbruine/beige kleur. De volgens mij jongere kannen zijn meer het grijs/blauwe type.



Vloeistoffen in flessen