Maatje

Zoals u al weet ben ik ook lid van de vereniging ‘De Oude Flesch’. Mijn kennis op het gebied van Maten en Gewichten is daar bekend en regelmatig krijg ik dan ook vragen over inhoud van flessen of benamingen. Eén van die vragen werd in april 2007 gesteld door de in 2010 plotseling overleden Jan Ledegang. Ik heb hem toen mijn antwoord gezonden maar vond de vraagstelling dermate interessant dat ik in 2011 besloten heb om het antwoord wat uit te werken om hem op de site te kunnen plaatsen.


De vraag van Jan

“Mijn vader had het vaak over “maatjes” als inhoudsmaten van kelderflessen. Een “hele” fles zou dan twaalf maatjes zijn geweest, een halve dus zes, enz.”.
Jan z’n vader had een ‘Groothandel in Verpakkingsglas’ in de Jac. v. Campenstraat 10 te Amsterdam waar o.a. ingeleverde gebruikte flessen gespoeld werden voor hergebruik. Door de afname van statiegeldflessen en door de komst van draaidoppen op flessen was het gauw gedaan met de spoeling van flessen en kwam het bedrijf in de problemen.


Voor degene die niet weet wat een kelderfles is: een kelderfles werd hoofdzakelijk gebruikt om Jenever in te vervoeren. Een kenmerk van de fles is dat hij vierkant gemaakt is en conisch afloopt zodat hij in een houten krat kan. Dat krat werd een kelder genoemd.


Op de afbeelding: links een 17 cm hoge fles van de firma “A.G. HOFMAN J(?) UTRECHT” zoals te lezen is op het zegel. Datering eind 19e eeuw. Inhoud 2.37 dl.
In het midden een 36 cm hoge 18e eeuwse kelderfles waar 3.56 l in kan.
Rechts een 18 cm hoge fles met de opdruk: “THIS BOTTLE IS THE PROPERTY OF JOHN DE KUYPER & SON ROTTERDAM” op de ene zijde en de letters “JDKZ” aan de andere. De fles kan 2.07 dl jenever bevatten. Datering rond 1900.


Beantwoording

Hallo Jan. De vraag is moeilijk te beantwoorden. De uitdrukking "een maatje jenever" als borreltje is in Midden-Brabant nog steeds in gebruik zoals Peter Vermeulen mij schreef. Of de uitdrukking in andere delen van het land nog gebruikt wordt; daarover heb ik (nog) geen onderzoek gedaan.


Korte uitleg

Voor 1820 waren er zoveel verschillende inhoudsmaten en gewichtseenheden in verschillende landen dat besloten werd om daar een eind aan te maken. Onderzoeken en vergaderingen vonden plaats en er werd besloten om het Metrieke Stelsel in te voeren. Niet alle landen gingen op hetzelfde moment over naar dat nieuwe systeem maar in Nederland werd dat stelsel rond 1820 ingevoerd.
Vóór de invoering van het metrieke stelsel werd de aanduiding maatje overal in ons land gebruikt om een bepaalde hoeveelheid in natte en droge waar aan te geven. Er waren toen ook benamingen als ‘KAN’, voor natte waar en ‘KOP’ voor droge waar. Die hoeveelheid was vaak per stad/streek en ook nog per jaar verschillend. Belastingheffingen speelden daarbij ook een rol. De KAN kwam zo'n beetje overeen met een huidige 0.8 liter. Na de invoering van het metrieke stelsel werden de benamingen KAN en KOP ook nog gebruikt om een liter natte waar of een liter (inhoud) droge waar aan te duiden. Het maatje werd toen op 1/10 van de KAN en KOP gesteld. Het werd toen eigenlijk gelijk gesteld aan 1 deciliter! Als we er van uit gaan dat Maatje vóór 1820 waarschijnlijk een tiende was van een KAN of KOP kun je zeggen dat Maatje na 1820, toen het dus gelijkgesteld werd aan een deciliter, opgewaardeerd werd.


We zien hier een geelkoperen inhoudsmaat voor droge waar.
De aanduiding op het gesoldeerde plaatje is “1 LITER”.
In het lichaam is nog te lezen “1. NED (dan het plaatje) LITRE”.
Aan de binnenzijde zijn de letters doorgedrukt en kan ik op de plaats van het plaatje lezen: “KOP”.
De eerste ijk in deze maat is van 1838 maar het arrondissementteken is niet goed leesbaar. Na de ijk van het jaar 1842 is het arrondissementteken van Dr. John. Theod. Munnick ingeslagen. Deze ijker werd benoemd op 18 dec. 1842 te Haarlem. De maat is t/m 1894 voor herijking aangeboden en met uitzondering van de jaarletters van 1858 en 1876 staan er 54 stuks ingeslagen.



Als voorbeeld het gebruik van de aanduiding POND. De gewichtseenheid POND was voor 1820 overal in Europa in gebruik en iedere belangrijke stad (overslagplaats) had zijn eigen gewicht. Een ‘zwaar- licht of waaggewicht’ kon je dan ook in één stad tegenkomen. De aanduiding ‘Handelsgewicht’ werd ook gebruikt. Tevens moest men dan, als het om gewichtseenheden (of inhoudsmaten) van andere steden ging, die weer verrekenen met hun eigen gewichtseenheid. Daar waren dan speciale koopmansboekjes voor die dan ook weer regelmatig aangepast moesten worden. Jan, je ziet dat het zo al een wirwar was.

Heel lang kon je in de winkels en op markten nog lezen dat producten per pond werden aangeboden! Tijdens de invoering van het metrieke stelsel heeft men t/m 1870 bewust die oude benamingen op inhoudsmaten en gewichten gezet om de mensen te laten wennen aan de nieuwe benamingen als liters en kilo’s. Zelfs nu worden op het Internet de benamingen gebruikt en ze verwijzen naar de aanduidingen van NA de invoering van het metrieke stelsel. Een verwijzing dat ze vóór 1820 al in gebruik waren en dat het toen om totaal andere hoeveelheden ging staat er niet bij en is bij de schrijvers dus onbekend. Verwarring zal er dan ook altijd zijn.
De uitdrukking “Maatje" zal overgebleven zijn uit de hierboven beschreven tijd. In 1914 werd die benaming in de handel, net als vele anderen benamingen, afgeschaft. In de volksmond zijn ze echter voort blijven bestaan.

Neem de aanduiding Maatje als daar "BORREL" mee bedoeld wordt. Jan, pak eens een glaasje van Jägermeister. Dat ‘borrel’glaasje heeft als inhoud afgerond 2.9 cl. Schenk een liter vloeistof over in dat ‘borrel’glaasje. Er zullen dan bijna 35 glaasjes gevuld kunnen worden. (Tel uit je winst voor de kroegbaas.) In een borrelglaasje, voor jenever, behoort zo’n 3.5 - 4 cl te zitten als ik de gegevens op het internet mag geloven! Dus een Jägermeister is niet een borrel. Met een BORREL wordt meestal een glas Jenever bedoeld. Moet je voor de aardigheid eens oude borrelglaasjes uit de 19e eeuw nemen. Ik heb er honderden overal in het land opgekocht en ben gestopt met het nameten want je wordt er gek van. Uit de periode van vóór 1820 heb ik glaasjes waar je echt geen touw meer aan vast kunt knopen m.b.t. de inhoud en ik mag daar dan ook geen conclusies uit trekken. Waren er vóór 1820 vastgestelde hoeveelheden (in glazen) voor borrel, likeur of andere genotsdranken? We gebruiken nu ook verschillende soorten glazen voor verschillende dranken. Dat zal vroeger niet anders geweest zijn maar of we die glazen als zodanig herkennen? Officieel moet er nu op een borrelglaasje een aanduiding staan voor de hoeveelheid die in het glas moet maar er zijn ook standaardborrelglaasjes. In de huidige horeca wordt je geconfronteerd met glazen die bij de huisstijl horen. Of daar de juiste hoeveelheden drank in afgeleverd worden is nog maar de vraag! De meeste horecamensen vullen op het oog de glazen en ik neem aan dat dat vroeger ook het geval was.




Ik heb even een paar vroeg 19e eeuwse glazen als voorbeeld genomen. De vloeistof in de cuppa geeft niet de inhoud weer die ik hierna noem maar ik heb dat gedaan voor de foto.
De kleinste kan exact 2 cl bevatten. Oplopend: 3+, 4+, 10+ en 10cl.
Dit is een kleine selectie van verschillende vormen en inhouden. Het is gewoon ondoenlijk om die inhouden een plaats te geven.




Ik heb die testen in het verleden ook eens gedaan met greskruiken waar de aanduiding ‘KAN’ op staat. Echt Jan, begin er nooit aan want het wordt thuis een natte bende en je begint er steeds minder van te snappen. Je hebt bij de groot(handel)verpakking ook nog eens te maken met groothandel richtlijnen. De groothandel mocht een andere maat gebruiken om morsen/bederf te verrekenen. Bij het maken van de (o.a. jenever)greskruiken (meestal zie je dan de firmanaam op de kruik staan) werd op bestelling een andere maatvoering afgeleverd! Dat verschil was dus voor de handelaar! Ja, ja.


De 45 cm hoge greskruik heeft als aanduiding “10 KAN” en kan 12.5 liter vloeistof bevatten. De firma E. A. Smidt uit Assen zal deze kruik hebben laten maken.
Gegevens over de firma: de naam komt al in 1860 voor als er een E.A. Smidt benoemd wordt in een commissie.
Bij de Brink van Assen woonde in 1935 de familie E.A. Smidt van de slijterij en distilleerderij (Eerste Klasse) aan de Torenlaan.
In dit soort kruiken wordt regelmatig ook lijn- of andere oliesoorten aangetroffen.

Vroeger ging je met een kleine kruik-fles-tinmaat etc. naar de winkel/handelaar en werd de vloeistof vanuit de grootverpakking overgeschonken in een maatbeker (zoals het hoorde) en daar de inhoud van moest overeenkomen met de aanduiding op die maatbeker. Dat er natuurlijk heel veel fraude gepleegd werd kun je wel nagaan. Daarom moesten de maatbekers (en gewichten) geijkt worden aan de stadsmaten/gewichten. Er stonden behoorlijke straffen op als je betrapt werd met maten of gewichten die niet overeenkwamen met de stadsvoorschriften.

Hier twee tinnen maatbekers, van 2 cl en 2 dl, die bij de handelaren gebruikt werden om de vloeistof af te meten voor de klant. Of zo’n maatbeker ook gebruikt werd om een ‘Borrel’ (in het café?) af te meten?
Deze maten moesten ieder jaar geijkt worden. Gebruikte men de maten zonder de goede jaarletter dan was men strafbaar.

Ook voor droge waar golden regels. In graanmaten mocht een blokje geplaatst worden door de handelaar. Dus als koper kreeg je iets minder. Jammer genoeg zijn die blokjes vaak verdwenen. Alleen zie je ze nog wel eens zitten bij de zgn. Stadsmaten. Een voorbeeld hiervan zijn die fraaie roodkoperen Stadsmaten van Amsterdam welke in het Historisch Museum van Amsterdam staan.

In mijn Zwols Archeologisch Dagboek heb ik een artikel staan waar deze problematiek van toepassing is op het Zwolse gebeuren, namelijk Zwolse Gewichtigheden. En als opmerking van 2011 Voormetrieke inhoudsmaten.

Jan: in ieder geval zal je vader het woord ‘Maatje’ overgenomen hebben van zijn vader en zo gaat het generaties terug/door. Of de hoeveelheid maatjes, zoals jij die aangeeft in je vraag, op elke fles van toepassing is geweest is weer afhankelijk uit welke tijd de fles afkomstig is en wat zijn inhoud was. Maar als je vader het over 12 maatjes in een fles heeft gehad zal die bijna overeenkomen met een literfles. Ik reken even voor: 1/10 van de oude KAN (± 0.8 I) is 0.08 I en als je dat met 12 (maatjes) vermenigvuldigd kom je op 0.96 I. Dat kleine verschil wijt ik aan mijn ±. Dat ‘een maatje Jenever’ in Midden-Brabant een borrel bestellen betekent, gaat dan niet over de inhoud van het glas maar over het spraakgebruik.

Groet Egbert.
April 2007


Gebruik gemaakt van
http://www.gerkesomer.nl/historie/assen/geschiedenis_assen_spoorweg.html
http://inenomassen.nl/brink.html
‘De oude Nederlandse maten en gewichten’ van het P.J. Meertensinstituut te Amsterdam, 1983.