Inhoudsopgave


HEINO - De Munnikenhof

In november 1987 werden, met hulp van J. Bredewold, waarnemingen gedaan op een terrein naast de Dorpsstraat tegenover de kerk. Plaatselijk staat dit terrein bekend als ‘De Munnikenhof’. In de bouwput voor een nieuw winkelcentrum werden een viertal dichtgestorte sloten gevonden. Uit deze slootvullingen werden als oudste materiaal kogelpotscherven en bijna-steengoed gered. De datering ligt in de 13e eeuw. De inhoud van de sloten werd, gezien vanaf de Dorpsstraat, steeds jonger. In de tweede sloot werd ook nog een grote hoeveelheid schelpen gevonden. Deze schelpen kunnen afval zijn van een grotere hoeveelheid die gebruikt is om metselspecie (tras) te maken. De laatste sloot bevatte naast het bekende Siegburg-aardewerk een enkele blauwgrijze aardewerkscherf. De datering hiervan is 14e eeuws.

De gevonden sloten zijn d.m.v. arceringen op de tekening aangegeven. Op de rechterafbeelding de 2 meter brede sloten die werden uitgediept


Zoals op de tekening te zien is, blijken de slootlijnen bijna evenwijdig te lopen met nu nog waar te nemen percelen c.q. straten. Op het afgegraven terrein konden buiten de vele paalgaten ook enkele stortkuilen uit de 14e-19e eeuw onderzocht worden. Omdat de waarnemingen binnen 1 dag verricht moesten worden werd er ‘s avonds bij lamplicht doorgewerkt. Archeologisch gezien bleek dat het oudste materiaal dicht tegen de Dorpsstraat aan werd gevonden. Er kan dan ook met grote zekerheid gezegd worden dat het oude Heino, voor de ‘stadsrechten’ van 1236, niet op De Munnikenhof was gelegen.

Naschrift

De waarnemingen werden gedaan omdat mij was gebleken dat zowel de heemkundevereniging ‘De Omheining’, de A.W,N., alsmede de prov. archeoloog geen interesse toonden voor het al langere tijd braak liggende terrein. Toen de werkzaamheden een aanvang namen en nogmaals bleek dat niemand aanstalten maakte om het, in mijn ogen belangrijke terrein, te onderzoeken, ben ik begonnen met de waarnemingen. De wijze waarop achteraf in krantenartikelen en op de locale TV mijn naam in samenhang met ‘De Omheining’ werd gebruikt had niet mijn instemming. Zij noemden het ledenwerving. Ik noem het misbruik maken van andere personen voor eigen gewin. Deze slechte en verkeerde publiciteit is gemaakt door ‘De Omheining’ om ledenwinst te verkrijgen. (Achteraf bood “De Omheining” haar excuus aan.) De vreemde gang van zaken is dan ook volledig voor verantwoording van deze vereniging. Dat daarna achter mijn rug om de Provinciale Archeoloog Verlinde, de Stadsarcheoloog van Zwolle-Kampen, Clevis, en de voor de A.W.N. ondertekenende Frits Zeiler van de Culturele raad van Overijssel, door middel van een brief (dec.1987) gericht aan ‘De Omheining’ mij van illegaal werken en vondstdiefstal betichtten is (voorzichtig uitgedrukt) een smerige intimiderende poging om een welwillende “amateur” uit te schakelen. Deze zichzelf insiders noemende personen c.q. instanties kunnen het blijkbaar nog steeds niet verdragen dat een eenvoudige amateur een beter inzicht heeft in bedreigde archeologische locaties dan zijzelf. Deze blijkbaar voor hen frustrerende vondst—berichten proberen zij al jaren op alle ontoelaatbare manieren te verzwakken en te negeren. Dat dit alles niet bevorderlijk is voor de archeologie is wel duidelijk. De bewuste brief is door mij bij de Officier van Justitie in Zwolle gedeponeerd.
Opmerking 2010: De officier heeft de brief nooit behandeld! Rond die tijd speelden er nog meer zaken en waarschijnlijk is daarom die brief naar de achtergrond ‘verdwenen’. In mijn artikel ‘Schatgraverij’ kom ik ook op deze zaak terug.
De scherven had ik afgestaan aan Dhr. Berends wonende in Heino, die ik nog kende van de opgraving in de Spoelstraat (Bibliotheek). Hij interesseerde zich wel voor de geschiedenis van het dorp. Dat ‘De Omheining’ in dit alles een kwalijke rol heeft gespeeld en waar ik de dupe van ben geworden is niet meer terug te draaien.

Een leuk detail wil ik u echter niet onthouden: In 2005 werd er in Heino een kijkdag georganiseerd waar mensen konden komen met voorwerpen die met het verleden te maken hadden. Op de site van ‘De Omheining’ las ik in 2009 het volgende daarover:
’Helaas was het geen stormloop vanmorgen, maar we zijn héél erg blij met deze bijzondere archeologische vondst. Waarschijnlijk is Heino dus nog wat jaartjes ouder dan tot nu toe werd verondersteld’, zegt Marijke Nieuwenhuis, adviseur Archeologie van het Oversticht verheugd. Haar was zojuist verteld dat Heino in 1986 het 750-jarig bestaan vierde.
De scherven van de kogelpot, die werden ingebracht door een inwoner uit Heino, zijn gevonden in het 'gat van Heino' (tegenwoordig Munnikenhof). Oorspronkelijk behoorden ze toe aan amateur-archeoloog Egbert Dikken.‘De decoratie, de knik in de hals en de dekselrand verraadt ons dat de pot zo rond 1200 gedateerd moet worden’, legt Nieuwenhuis uit. De scherven steengoed - die door dezelfde persoon werden ingebracht - zijn eveneens erg bijzonder. Ze zijn afkomstig van kannen die tussen 1320 en 1360 in Siegburg geproduceerd werden’.

Ik heb de vereniging ‘De Omheining’ een bedankbrief gezonden voor mijn eerherstel maar kreeg daar verder geen reactie op.