Inhoudsopgave

VOORWOORD

De bekende amateur-archeoloog Tjerk Vermaning vertelde eens, “Dan ga ik op een bepaalde plaats in het veld zitten en zie dan in gedachten de vroegere bewoners om mij heen hun dagelijkse werkzaamheden verrichten”. Hij wist gewoon waar hij moest zoeken. Vele “kenners” der archeologie haalden vaak minachtend hun schouders op na dit soort uitspraken van Tjerk. Toch konden (kunnen) zij er niet omheen dat hij opzienbarende vondsten deed en vaak ook al voorspelde dat hij ze zou gaan doen. Een vreemde vogel, die het beter wist dan mensen met “reputatie”. Alle zeilen werden bijgezet om Tjerk in diskrediet te brengen. Enkele jaren zijn nu voorbij. Tjerk is overleden, de openlijke strijd is gestreden. Achter de schermen is rehabilitatie in de maak.
Deze voorgaande tekst zou ook betrekking kunnen hebben op andere personen, die aan den lijve hebben ondervonden hoe de gevestigde wereld reageert als zij zich bedreigd voelt. Eén van die personen ben ik, Egbert Dikken. Vooruitlopend op het Schatgravers artikel in dit boek, wil Ik hier alvast aangeven dat de wijze waarop de gevestigden uit de historisch-archeologische wereld omgaan met deze personen, en dus ook met mij, mij mede heeft doen besluiten tot de uitgave van dit Zwols Archeologisch Dagboek.

Vanaf 1 februari 1987 is geprobeerd om er voor iedereen een leesbaar geheel van te maken. Uit ruim 100 locatiegegevens, die verzameld werden van 1982 tot augustus 1989, zijn de in mijn ogen belangrijkste hier beschreven en waar nodig toegelicht. Er is gekozen voor de “tijds”volgorde van een dagboek, omdat bepaalde kwesties dan beter voor de lezer te begrijpen zijn. De meest interessante objecten, die in Zwolle gevonden werden, zijn door mij getekend. Een selectie van aardewerk is alleen op foto’s te bewonderen. Het was voor mij namelijk ondoenlijk om de meer dan 1000 stuks aardewerk ook nog eens te tekenen. De gegevens die verder in de bodem gevonden werden konden tevens gebruikt worden om historische zwarte gaten op te vullen of “vaste” feiten te veranderen c.q. te verbeteren.
Veelal worden geschreven “vaststaande” historische feiten klakkeloos overgenomen. Dat dat niet altijd verstandig is wordt belicht in de artikelen die samen geschreven zijn met G. Schunselaar en drs. H.R. Kamphuis.
Met G. Schunselaar werd het artikel Zwolse Gewichtigheden samengesteld, welke o.a. het Zwols Overijssels gewichtstype behandelt, Samen met H.R. Kamphuis, die mij vanaf het begin steunde, werden de artikelen over de Plattegrond van Zwolle van Jacob van Deventer, Windesheim: Het Klooster en Waar waren ware of wat waren de ware ware in Windesheim (waar veel leugens en onzin in weerlegd worden) geschreven. Door samen onderzoek te doen in duizenden boor- en sonderingsrapporte en deze te combineren met de gevonden archeologische gegevens, werd de fundering gelegd van het artikel Waternood - Watersnood (WW1).
Dit werk was allemaal onmogelijk geweest zonder de hulp van anderen. Ik denk dan in het bijzonder aan de hulp van gravers. Ook de opzichters van bouwprojecten en eigenaren van de grond, die toestemming gaven voor onderzoek. O.a. Loes en Alyn die de vele pagina’s op leesbaarheid doornamen. Wat is een dankwoord zonder dat ik mijn vrouw noem. Vanaf het begin toen problemen ontstonden met de gevestigden tot aan nu is zij voor mij een belangrijke steun geweest. Nu hebben we samen de spaarpot geleegd om de uitgave te kunnen bekostigen van het Zwols Archeologisch Dagboek. Netty heel hartelijk bedankt.

Egbert Dikken