Inhoudsopgave


OPGRAVING KASTEEL VOORST 2 (vervolg)

De zegelvondst was gedaan door de coinhunter R. Bloemen uit Venray zoals wij van Henk Hasselt hoorden! Later kwam ook nog een zekere De Jong helemaal uit Venray en vond o.a. een munt hoorde ik. De meeste vondsten, en daar heb ik mij erg sterk voor gemaakt, zijn door het P.O.M. aangekocht. Mijn eigen metaalvondsten? Daar wilde Verlinde niets voor geven want hij had al teveel gekocht van de detectorjongens en het geld was op! Hij betaalde de jongens 100 gulden voor een kogel of een pijlpunt! Hij wilde van mij alleen de kraaienpoot en een munt. Dat was niet de Jan van Arkelmunt zoals ik verwachtte maar een penning van Floris V, 1256-1296 en geslagen in Dordrecht. Maar zoals u zult begrijpen trapte ik daar niet in. Het is alles of niets want waarom wel alles van die jongens opkopen en van mij niet? Ik baalde behoorlijk vooral omdat ik daar vijf weken gewerkt had en de materialen behandeld had waar totaal nog geen dank je wel tegenover stond. Laat ik het nog even wat anders formuleren: schandalig hoe men om is gegaan met niet alleen mij maar met alle amateurs die geholpen hadden tijdens de opgraving maar ook daarna. Waarschijnlijk zal de weigering van Verlinde om mijn kogels, pijlpunten etc. te kopen te maken hebben dat ik de onderhandelingen voor de jongens deed en hij dat natuurlijk niet leuk vond. Wilde hij mij zo straffen?

Toen de tentoonstelling geopend werd met een dienst in de Peperbuskerk mochten wij achteraan zitten en alle driedelige pakken zaten met hun snuit op de eerste rij. Auteurs die in het ‘kasteelboekje’ geschreven hadden werden naar voren gehaald en mochten het boekje in ontvangst nemen. Wat kregen wij? Wij moesten het boekje kopen! Toen ik later de tentoonstelling nogmaals wilde bezoeken moest ik zelfs entree betalen maar dat deed ik echt niet en heb toen de directeur op laten halen. Dhr. De Jong liet mij toen binnen maar het is toch van de gekke dat ik om mijn eigen spullen te willen zien toegang moest betalen. Zorg dan voor een vrijkaart of zoiets. Ik had in een later gesprek met De Jong het voorstel gedaan om de personen die geholpen hadden met de opgraving een soort van oorkonde te geven met een afdruk van het lakzegel dat gevonden was er aangehecht. Hij vond het wel een leuk idee maar half november 1983 kreeg ik een gewone bedankbrief van het P.O.M.. Daarin staat onder andere dat zij als museum veel geleerd hebben van de tentoonstelling “maar ook vanwege de lang niet altijd gemakkelijke, maar wel boeiende, samenwerking tussen archeologen, biologen en historici en vooral ook tussen professionals en amateurs”. Ach, blijkbaar snappen zij niet goed hoe je personen wat socialer moet benaderen. Kwalijk is verder dat de brief geadresseerd was aan E. Dikkers terwijl mijn naam al vanaf mijn geboorte Dikken is!

De ervaringen opgedaan tijdens deze noodopgraving samen met die van de eerste opgraving van de Ossenmarkt 1982, Pletterstraat en de verschillende irritaties die ontstonden op andere locaties bevestigden mijn mening dat ik alleen als werker gezien werd. Dat ik opkwam voor mijn, maar ook voor de rechten van andere personen, werd mij niet in dank afgenomen.

Een belangrijk gegeven wil ik nog wel aanhalen. Zoals u in ‘inleiding’ hebt kunnen lezen was ik in die tijd een zelfstandige ondernemer. De werkzaamheden die ik uitvoerde op het gebied van archeologie leverden mij geen salaris op en ik was blij dat ik af en toe een stortlaag of beerput vond waar voorwerpen in zaten die ik, vaak na restauratie, kon verkopen. Zo kon ik mijn onkosten betalen en hield ik er nog een aantal leuke dingen aan over. Omdat ik de afspraak gemaakt had dat ik de vondsten mocht behouden was aan dit alles niets mis maar misschien zult u daar anders over denken. Ik ben in ieder geval van die afspraak uitgegaan maar dat anderen afspraken niet nakwamen zal wel gewoon zijn in het wereldje van de archeologie. Een wereld waar eigen belangen voorop staan en achterklap heel gewoon is maar waar je ze niet op mag attenderen.

Omdat het erg moeilijk is om een verhaal te maken van de periode, augustus-november 1983, toen er over de vondsten werd onderhandeld en ook nog verschillende waarnemingen werden gedaan, heb ik hieronder de teksten uit mijn dagboek overgenomen zodat u een indruk krijgt wat er allemaal speelde. Na ‘Dagboekvermeldingen’ beschrijf ik waarom ik benaderd werd door Jaap Hagedoorn van de Zwols Historische Vereniging om verslagen te maken van de archeologische waarnemingen en hoe de publicatie over de Kasteelvondsten van 1983 tot stand kwam.

Dagboekvermeldingen

waarin o.a. teksten te lezen zijn die ik hiervoor al gebruikt heb. Ook de momenten van onderhandeling over de vondsten van de Ossenmarkt 1982 zijn vermeld.


Dinsdag 30 augustus 1983. Saskia van de Zwolse Courant. Daarna ‘s middag een gesprek met R.v.B. en Verlinde over de Ossenmarkt 1982. Ook geregeld (eindelijk). Wrange smaak over het leer en hout dat naar de R.O.B. is gebracht. Er zou niets compleet bij hebben gezeten!! Houtrestauratie moet nog gebeuren. Daarna even in het museum geweest. De Jong wou het opknappen van de gevonden balk afrekenen. Het gesprek met Lidy van Dijk (vrijdag hiervoor) werpt vruchten af! Verschillende voorwerpen van het kasteelterrein zijn naar het museum gegaan waaronder verscheidene kloostermoppen waar afdrukken inzaten.
Bij opening (vrijdag 3 september) van de tentoonstelling was de nierdolk aanwezig. Week later werd hij er weer uitgehaald omdat hij barste!!! (Veel te gehaast. Ik mocht hem niet conserveren want dat zouden zij doen. Maar het bleek dat zij de dolk zonder dat het hout geconserveerd was in de vitrine hadden gelegd! En daar mag je dan niets van zeggen?) Gepraat met professor Renaud over mijn gevonden loodglas van de Ossenmarkt. R.v.B. wilde niet dat Renaud daar gegevens over kreeg! Opening van de tentoonstelling was een elitaire zaak. R.v.B. durft haast niet te praten over de vondsten die we later gedaan hadden. De benen pijlpunt aan Verlinde meegegeven voor onderzoek bij R.O.B.. Dit vermeld ik maar want misschien iets te maken met het bewerkte vuursteen dat ik hem in 1982 had gegeven.

Vrijdag 17 september met R.v.B. naar het kasteelterrein geweest omdat we een hartlijn niet vertrouwden. Opnieuw opgemeten en geconstateerd dat de dragline de gracht had omgewoeld. Snel naar huis en spullen opgehaald en met de detector gelopen. Veel scherven waaronder vroeg steengoed, paardensporen. Gat gemaakt bij concentratie scherven.

Zaterdag 18 september met Wim. R.v.B. moest naar Den Ham. Wij vonden 3 kogels, 4 of 5 pijlen en een munt. De ‘ene pijlpunt’ kan een spijker zijn. Daarna naar Henk Hasselt.

Maandag 20 september met R.v.B.. gat vergroot. Pijlpunt, pijlschacht, scherven. Machinist roept ons dat hij palen heeft gevonden op ± 50 cm diepte. Ingemeten. 3 kogels, pijlpunt, muntje. Volgende dag hartlijn gemeten want er klopte toch weer iets niet. Bij ingang W.V.F.terrein werd een duiker gelegd. Er zaten twee palenl in het talud. R.v.B. belde of ik de pijl had getekend. Had al gebeld met Gosewijn. Had Verlinde ook al verteld over de palen (nieuw gevonden).

Dinsdag 21 september. Hout van de Voorst getekend en gefotografeerd. Teruggebracht naar R.v.B. en Verlinde was daarbij aanwezig. Ossenmarkt: Hout van de Ossenmarkt was nog niet terug te vinden!!! Troffel uit de 17 eeuwse beerput nog niet klaar. Het briefje van de Ossenmarkt was bij Verlinde/R.O.B.? weggeraakt!!! Pletterstraat: schoentje was klaar. 17e eeuws. Afgesproken dat ik in de toekomst zelf het hout maar moest conserveren want dan hoefde Verlinde de R.O.B. er niet mee lastig te vallen! Schoentje was voor mij. R.v.B. de troffel aangeboden. Alles verder doorgesproken. Later met R.v.B. er over gehad wat hij van de Ossenmarkt mocht hebben. Hij zei: “zien we wel maar ik had natuurlijk de eerste keus”. De troffel hoefde hij niet en mocht ik hebben.

Woensdag 22 september. Hele dag pijlpunten schoongemaakt.


Hier een aantal verschillende pijlpunttypes waarvan de grootste 11 cm lang is.



Donderdag 23 september. om 9.30 uur. R.v.B. belde of ik bij hem kwam want er waren vondsten gedaan op het terrein van de Voorst. Een spoor was al meegenomen door ‘Venray’. “Kopervondst” (bleek achteraf het zegel te zijn) was door Venray bij Henk Hasselt achter gelaten en R.v.B. had dat woensdagavond al bij hem opgehaald. R.v.B. was bij mij in de Wipstrikkerallee langsgekomen maar ik had een bruiloft en was niet thuis.
R.v.B. vroeg of ik het voorwerp schoon kon maken want hij verwachtte dat als het naar de R.O.B. ging hij lang kon wachten. Na schoonmaken naar Herman Kamphuis gegaan om afdruk te maken. Heb R.v.B. middags tegen 16.00 uur gebeld en verteld wat er tevoorschijn was gekomen. Hij kwam en is meteen daarna naar het museum en archief gegaan want dat vernam ik van Peter Paul (toen museummedewerker) toen ik die sprak. R.v.B. wou publiciteit voor het museum (achteraf ben ik ervan overtuigd dat hij het voor zichzelf deed) Later vertelde R.v.B. dat de R.O.B. in oktober een personeelsreisje naar de tentoonstelling had gepland en hij wilde dan de laatste vondsten laten zien. Hij wilde de lakzegel, want dat was het, aan Directeur Van Es tonen.
R.v.B. wilde een krantenartikel maken en daar dan aandacht voor het museum in uit laten komen!! Hij heeft het toen totaal niet over de vinder van het zegel, Bloemen uit Venray, gehad. Hij zou vrijdags naar het Rijksarchief gaan en ik zou een belletje krijgen. Ik had Vincent van Vilsteren, toen voorzitter van de A.W.N., al gebeld en die vond het niet verstandig als zoiets in de krant kwam want hij was bang dat dan iedereen op het terrein ging zoeken. R.v.B. wilde de coinhunters wel op het terrein hebben. (Hij laat ze voor zich werken daar kwam het op neer!) Heb R.v.B. gezegd dat ik met Wim ging graven bij Salvador.
Vrijdag 24 september belde om 21.45 uur Hasselt. Vertelde mij over de zegelvondst (wat ik dus al wist) R.v.B. had hem gebeld en gezegd dat hij de klomp metaal had laten schoonmaken maar niet gezegd dat ik dat gedaan had. Hasselt vertelde nog dat R.v.B. naar het Rijksarchief was gegaan en had parallellen gevonden. R.v.B. wilde artikel met P.O.M. directeur De Jong, Dikken en Bloemen en dan meteen iets over de Coinhunters laten schrijven. Tegen Hasselt gezegd dat ik R.v.B. op de hoogte had gebracht dat ik mee wil bieden op het zegel. Ruud reageerde daar niet op!




Deze kraaienpoot is 4 cm hoog en op mijn tekening is te zien hoe deze gemaakt werd.

Verder met Hasselt besproken dat we eerst gezamenlijk beslissen wat we zelf willen houden voordat we met museum gaan praten. Hasselt kleine kogel, Wim grote kogel. Mijn munten als ruilobject inbrengen bij zegel? Heb aan Hasselt nog gevraagd of hij ook in de markt was voor het zegel: “nee”, zei hij “want dat werd hem te duur”.

Zondag 26 september om ± 10.45 uur R.v.B. gebeld en gevraagd naar nieuws. Hij begon met “dat van de krant weet je toch al”. Ik zei ja en vroeg naar nieuws van het Rijksarchief. Het waren geen parallellen maar eentje in het museum die er op leek. Iets kleiner maar hij kon hem niet goed zien omdat de vitrine dicht zat! Dhr. Eikenaar van het archief had getwijfeld aan de echtheid van het zegel! Andere zegels liggen in Deventer archief; ging hij nog naar toe. En een brief met foto naar Düsseldorf. Het bleek dat Jan de Koning al een foto had gemaakt van het zegel. Voor krantenartikel had hij Hasselt en Bloemen gevraagd om spullen mee te nemen want dat maakte meer indruk.

Avonds R.v.B. weer aan de telefoon gehad en hem nog gezegd dat het meeste dat in de vitrines ligt door amateurs gevonden is en dat ze daar wel een foto van konden maken want het is natuurlijk onzin om Bloemen helemaal uit Venray te laten komen. Ik vroeg hem wat R.v.B. deed als ze benzinekosten declareerden? R.v.B. met overslaande stem: “Waar bemoeide ik mij mee” was zijn antwoord!!! “Of ik de vader van de jongens was en dat hij de kosten dan wel uit eigen zak zou betalen”. Hij vond dat ik overal kritiek op had. “Hij deed ook alles voor niets” vertelde hij mij nogmaals maar later zag ik in de gegevens van de R.O.B. dat R.v.B. betaald werd voor zijn onderzoeken! Ik merkte op dat de krant over de tentoonstelling zou gaan schrijven en dat ze echt geen halve pagina over de Coinhunters zouden gaan plaatsen. Later zou er een artikel over de Coinhunters komen zoals we eerder al afgesproken hadden. De kosten van Venray zijn later betaald door het museum maar waarom worden dan niet de kosten van Wim Rijbergen betaald? Die moest elke keer vanuit Dedemsvaart komen. Was het omdat Wim een vriend van mij was? en wilde R.v.B. goede vrienden blijven met de coinhunters? (Vaak was het met R.v.B. zo dat het bij hem het ene oor inging en bij het andere er uit) Toen hij vertelde dat hij het allemaal voor niets deed hem wel even verteld dat ik, ondanks dat ik druk met andere dingen ben, het zegel had schoongemaakt voor niets en nog niet eens een bedankje daarvoor had gehad. Hij wilde toen TV gaan kijken want hij had een drukke dag gehad en met zo’n moeilijk iemand kon hij niet praten en nogmaals haalde hij aan dat hij het voor niets deed en ik het betaald kreeg!! Dat sloeg natuurlijk op de vondsten van de Ossenmarkt 1982 waar wij op dat moment over aan het onderhandelen waren. Toen heb ik gezegd dat ik het zo wel genoeg vond en hem een prettige avond toegewenst.

Later vertelde Hasselt mij nog dat Verlinde bij hem thuis was geweest en hij zou een vrijbrief krijgen om tijdens andere opgravingen of op andere plaatsen te zoeken met de detector want zij konden het beter vinden dan dat het weggegooid zou worden. Materiaal van na 1500 interesseerde Verlinde niet. Ja, ja zo,n afspraak had ik eerder al eens meegemaakt bij de Ossenmarkt 1982.
Op die zondagmorgen na het telefoontje met R.v.B., gegraven met Wim bij SALVADOR. R.v.B. wist er van maar liet zich niet zien! (Tja, na zo’n telefoontje is het dan ook moeilijk voor hem om eens bij onze opgraving te komen kijken natuurlijk) Put 2,25 m diep, houten bodem. R.v.B. z’n dochter gesproken die WEL kwam kijken! Controle? Put weer dichtgestort. Enkel een 17e eeuwse pijpenkop, majolicascherven en wafelglasscherven.

Maandag 27 september 9.30 uur. R.v.B. belde al. Afspraak met de krant op woensdag 29 september om 13.30 uur bij hem thuis. Hij wilde graag dat ik er ook bij was.

Dinsdag 28 september kwam ik R.v.B. tegen in de Diezerstraat met het zegel. Waarschijnlijk 13e eeuws. Hij had nog geen afdruk gevonden.
Avonds A.W.N.-lezing: niet geweest.
Op TV was Loumans Kooimans. Hij kraakte het leeghalen van het ‘’t Vliegend Hert’ af. De Rijksdienst vond het nog niet nodig om het schip te onderzoeken en als het wel gedaan zou worden dan moesten archeologen dat doen om niets te missen. (Hij moest maar eens info vragen hoe het toe is gegaan bij Kasteel Voorst.) Zoals deze particuliere maatschappij het doet is het schatgraverij en is anti-archeologisch. Loumans Kooimans zei dit in Leiden bij presentatie van het boek. “Kinderen en de Archeologie”. Toevallig weet ik ook iets van het leeghalen van dat schip dat in 1735 voor de kust van Walcheren was vergaan. Ik was begin 80er jaren een keer bij een antiquair in Vlissingen die mij gouden munten en flesmateriaal liet zien dat uit dat schip gekomen was.

Woensdag de 29ste uitnodiging van de Lakenhal Leiden: ‘Spitten naar Cronesteyn’ ontvangen. Voorbezichtiging 30 september 17-19.00 uur. (1 dag van te voren de uitnodiging!!! Ook wel op tijd! En ook nog de opening op mijn verjaardag.)
Tussen de middag naar het Refter. Er wordt een lift in het gebouw geplaatst en ondergrond is zichtbaar maar geen bericht van Openbare Werken gehad!
Weinig tijd want moest naar R.v.B. i.v.m. artikel. Aanwezig Hasselt, Bloemen (Venray) met z’n vriend, R.v.B., De Jong van het P.O.M. en ik. Verschillende aspecten doorgesproken. Het blijft hetzelfde bij R.v.B.. Hij kankert ook over de R.O.B. maar als wij het doen moeten wij ons positiever opstellen maar bij hem gaat het meer om het ikke. Samenwerking met R.O.B.?? R.O.B. vraagt niet om samenwerken dat moeten we zelf doen. In toekomst wat geld beschikbaar vanuit museum voor evt. opgravingen. (Lijmen Jan. Ze willen natuurlijk dan rechten laten gelden op de vondsten. Ja, ja. Maar je tegemoet komen in de onkosten is er niet bij!) Onkosten van de detectorjongens zijn pas in 1984 betaald. (Net als mijn Ossenmarktvondsten trouwens.)

R.v.B. wou publiciteit over zegel. Daarna zijn de jongens bij mij thuis geweest met Henk Hasselt. Heb gezegd dat ik zegel ook wil kopen. Jongens hadden nog 2 gespen gevonden en Wim belde nog over een muntje uit 1271, een kogel en stukje lood. A.W.N. had een motorpomp aangeschaft vertelde R.v.B. mij die avond.

In de week vóór zondag 23 oktober, einde tentoonstelling, afspraak met R.v.B. gemaakt over afbraak tentoonstelling. Gauw nog dia’s gemaakt want een ander doet het niet. Niet erg goed gelukt.

Op dinsdagmorgen 25 oktober stonden De Jong, Verlinde en R.v.B. over aankopen te praten toen ik binnen kwam. Stiekem bleven ze praten terwijl ik de vondsten uit de vitrines ging verzamelen. Ik beb toen beloofd dat als zij officieel 500-600 voor dolk zouden bieden hij naar het museum zou gaan want Wim en ik hadden bemerkt dat Henk Hasselt de kluit belazerd had en wij wilden niet dat hij nog meer geld uit de deling zou krijgen. De Jong zei nog dat we vaker ruzie moesten maken want dan konden zij voordelig inkopen. Verlinde wou de spullen woensdag pas teruggeven. Heb gezegd dat ik dus voor joker kwam en heb toen mijn en andere spullen voor tekening en dia maken meegenomen.

Er was nog een vondst gedaan door Knier, Dillenweg 6, in Westenholte. Het ging om een deksel van rood aardewerk met een diameter van 12,5-13 cm. De knop ontbrak. Knier had deze vondst uit de stort gehaald. Ik heb de vondst meegenomen. Getekend en gefotografeerd en later terug gebracht naar het P.O.M. zodat die het weer terug konden geven aan de vinder.



Geld verdienen bij EuroClix