Inhoudsopgave


1983 (vervolg)

In augustus en september verschillende vondsten gedaan op het ‘Kasteelterrein Voorst’ (de niet officiële opgraving dus). Er werden grondwerkzaamheden uitgevoerd voor de aanleg van het ‘Stinspark’. Dit is zo’n moeilijk stukje tekst waar ik in de inleiding al op wees. Het is eigenlijk een verhaal op zich. Hier lopen data door elkaar heen maar ze zijn wel belangrijk om te kunnen begrijpen wat er allemaal gebeurde tussen mij, Verlinde en R.v.B.. Dus lees eerst even Kasteel Voorst 2.

Om een heel lang verhaal kort te houden; R.v.B wist dat we de werkzaamheden op het terrein in de gaten zouden houden maar wilde zich daar eigenlijk niet meer laten zien nadat hij de draglinemachinist uitgefoeterd had. Na een week, toen er heel veel materiaal gevonden was en we dat aan Ruud getoond hadden, kwam hij met Verlinde op het terrein. Over wat er toen gevonden werd en mijn visie over de teksten die in het officiële boekje te lezen waren over de opgraving in 1982, heb ik geschreven in de eerste ‘Nieuwsbrief van de Zwolse Historische Vereniging van 1984.
In dat artikel bekritiseerde ik (met bewijzen!) o.a. de wijze van opgraving, hun teksten en aannames. Dat viel natuurlijk niet in goede aarde en was mede aanleiding voor de controverse die daarna duidelijk werd tussen Verlinde/v Beek aan de ene zijde en mijn persoon aan de andere zijde. (Voor de goede orde: mijn publicatie was pas begin 1984 toen ik al een aantal jaren met Verlinde en R.v.B. samengewerkt had en die samenwerking steeds vaker onder spanning kwam te staan zoals u al heb kunnen lezen.) In Kasteel Voorst 2 ook de uitleg hoe en waarom ik begon te publiceren.

In augustus ook nog aanwezig geweest in de Waterstraat waar het oude atelier van siersmid Veltien werd afgebroken. Klompjan was daar de sloper en hij beschuldigde mij dat ik polychrometegels gevonden zou hebben bij de Pletterstraat terwijl ik daar niets van af wist. Ik wist alleen dat de shovelmachinist dat soort tegels meegenomen had. Zelf had ik alleen blauwe tegels gevonden. Wel hoorde ik van Klompjan dat hij een paar jaar ervoor, toen die panden al leeg stonden, daar ZELF tegels van de muur gehaald had!! Zelfs in de panden van de Pletterstraat waren door hem de tegels weggehaald!! En wat die beschuldiging betreft: al zou ik daar tegels gevonden hebben wat had hij er dan mee te maken? Baalde hij dat een ander gevonden had wat hij zelf graag gevonden zou hebben? Klompjan is een verzamelaar van o.a. polychrometegels en haalt die niet alleen van de muren af in dichtgetimmerde huizen maar koopt ze ook bij gravers in het hele land. Het gezegde is er niet voor niets “de pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet”.
Ook nog een gesprek gehad met iemand van grondbezit van de gemeente. Hij vond het maar niks dat archeologisch gebeuren. Wat hem betreft moesten we oprotten!

In augustus was er nog een TV-uitzending waar R.v.B. op kwam draven met de gevonden dolk op het kasteelterrein Voorst. Wij als eigenaren van de dolk wisten nergens van. Meer tekst hierover in Kasteel Voorst 2. Wij hadden heel graag bij de uitzending aanwezig willen zijn.


Op de afbeelding een kogelpot die getoond werd door een amateurarcheoloog die op de tribune zat en mee kon praten over de archeologie dat onderwerp was van de uitzending met Koos Postema. Op de voorgrond, met sik, Prof. Dr. J.G.N. Renaud.



Voordat de tentoonstelling van de opgraving op het Kasteel De Voorst plaatsvond had R.v.B. op de plaatselijke school in Westenholte en op een speciale avond voor de buurtbewoners een lezing gegeven! Of Verlinde daar van afwist? Het lijkt mij in ieder geval niet normaal dat je voor de tentoonstelling en het verschijnen van het boek je kaarten op tafel gaat leggen!


Van 3 september t/m 23 oktober vond in het Provinciaal Overijssels Museum de tentoonstelling plaats over het ‘Kasteel Voorst’.

Den Ham | zaterdag 17 september

A. Kleinjan had in Den Ham al verschillende malen vondsten gedaan bij o.a. een aantal persvoerkuilen. Hij zou daar eigenlijk wel eens een onderzoek willen doen en vroeg aan R.v.B. of het mogelijk was om dan een dragline in te schakelen (kosten waren voor de A.W.N. bleek achteraf!) voor het verplaatsen van de hoeveelheid grond. R.v.B. heeft toen overleg gepleegd met Verlinde maar die vond dit bezwaarlijk. R.v.B. zei toen dat de vindplaats langzamerhand bedreigd werd waarna Verlinde toestemming gaf maar zelf niet aanwezig zou zijn. (Nee, het was op een zaterdag en dan werkt hij niet.)
Er zijn grondsporen en vondsten gedaan van aardewerk en vuurstenen pijlpunten uit de bekerculturen (visgraadversiering en wikkeldraad), ijzertijdaardewerk, inheems- Romeins, Middeleeuws (Badorf) en jonger materiaal.
Ik heb de collectie van Kleinjan mogen zien. Vondsten uit Hardenberg die hij samen met W. Timmerman gedaan had. 12e eeuws kannetje plus pannetje op twee voeten. Achter zijn huis in een rioolsleuf kwamen kogelpotten tevoorschijn. Hij vertelde nog dat er een man in De Krim was die een mooie collectie had. Die man was een gewezen kraanmachinist uit Rotterdam. R.v.B. klaagde steeds over zijn benzine-onkosten. Heb voorgesteld benzinebon een keer naar de A.W.N. te sturen. Heb gevraagd wanneer wij eens schoppen krijgen van de R.O.B.. Avonds heeft R.v.B. gebeld dat v.d. Sluis uit Hattem gebeld had dat er een put te zien was. Ik heb er feestelijk voor bedankt. Anders hebben ze me ook niet nodig plus dat ze putten laten zitten daar in Hattem.


Tijdens de opgraving werd er met een zeef gewerkt zodat de pijlpunten niet aan onze aandacht ontsnapten. Waar het materiaal gebleven is?
Hier werkten aan mee v.l.n.r. Richard Albers, Kleinjan, R.v.B., mijn persoon en de foto is gemaakt door Jan de Koning.

Bronzen lakzegel van Sweder van Voorst | donderdag 23 september


Hier een afdruk van het zegel dat ik maakte nadat ik het zegel schoongemaakt had.


Onderstaande tekst uit Overdrukken O.R.G. Archeologisch verslag 1982-1984.
“Wat de datering van het zegelstempel betreft, deze kan tussen de l2e en de l4e eeuw worden geplaatst. Er zijn geen wasafdrukken bekend, die met behulp van dit zegelstempel zijn gemaakt.
De vraag is nu van welke Sweder van Voorst dit zegelstempel afkomstig is. Een Swederus de Vorste wordt voor het eerst genoemd in 1230, in een afschrift van een akte, opgemaakt ter gelegenheid van de verkrijging van het stadsrecht door Zwolle. Swederus wordt hierin genoemd ná de ridders en zonder enige titel. Dit duidt waarschijnlijk op een nog jonge leeftijd van Sweder; in ieder geval op een niet al te hoge positie binnen de kring van bisschoppelijke ministerialen. Vanaf 1230 tot zeker 1248 komen we regelmatig in akten een Swetherus of Swederus van Voorst tegen als getuige van de bisschop van Utrecht. Het is waarschijnlijk dat we hier met dezelfde Sweder te maken hebben als die, welke aanwezig was bij de inauguratie van Zwolle tot stad. Van hem zijn ons geen waszegels bekend.
Tussen 1272 en 1297 komen we opnieuw een Sweder van Voorst tegen. In 1292 wordt hij drost van Salland genoemd en in 1296 drost van Twente. In het artikel over de vondsten uit Voorst staat op p. 53 een zilveren sterling afgebeeld, die omstreeks 1290 geslagen moet zijn door een Zweder van Voorst. In het wapenschild op de munt komt echter een klimmende leeuw voor in plaats van drie kepers. Ook de bezitter van het in 1362 vernielde kasteel Voorst te Westenholte was een Sweder van Voorst. Het gevonden zegelstempel kan, gezien de eenvoudige tekst en zijn betrekkelijke primitiviteit afkomstig zijn van de Sweder uit 1230. Mogelijk is het bij de vernietiging in 1224 van het eerste kasteel Voorst in de gracht terecht gekomen.”

Thorbeckegracht - Salvador | weekend van 25/26 september

Gegraven met Wim Rijnbergen. R.v.B. wist er van maar kwam niet. Put 2,25 m diep, houten bodem! R.v.B. z’n dochter gesproken die langs kwam (controle?). Put weer dichtgestort en enkel een 17 eeuwse pijpenkop, majolicascherven en wafelglasscherven gevonden.

Het Refter | 29 september

Hier werd een lift in het gebouw aangelegd maar ik kreeg niet de kans om waarnemingen te doen! Vreemde zaak want het is een gemeentelijk pand en op een interessante plek!! Had ook verder geen tijd meer op die dag want ik moest naar R.v.B. omdat we een gesprek zouden hebben over de vondsten die gedaan waren op het kasteelterrein van de Voorst etc. en toen ook gesproken met de directeur van het P.O.M. dhr. De Jong over het artikel dat in de Zwolse Courant zou komen over de Voorst. Hem nog voorgesteld om gelden via sponsoren vrij te maken om de rest van het kasteel op te graven en dan daar op die plek een soort van dagrecreatie te maken zodat de mensen de voorwerpen en geschiedenis van het kasteel konden bekijken. Hij vond het een goed idee maar er is nooit verder over gesproken.

Waterstraat | 8 oktober

Na een melding van Gert Oostingh dat er werkzaamheden plaatsvonden in de Waterstraat daar driemaal geweest. Toen ik R.v.B. er op aansprak waarom dat hij die werkzaamheden niet gezien had (hij woont aan het eind van die straat) en Gert wel, werd hij boos en mompelde dat hij wel wat anders te doen had. Daarna was hij plotsklaps poeslief tegen mij!
Opmerkelijk is dat bij deze werkzaamheden sloper Frits Klompjan betrokken was en daar had R.v.B. al eerder problemen mee gehad en waarschijnlijk is dat daar ook weer gebeurd en wilde hij niet dat ik dat te weten zou komen als ik daar probeerde waarnemingen te doen. (Het vreemde is dat toen ik brak met R.v.B. hij steun heeft gezocht bij diezelfde Frits Klompjan en daar een opgraving mee heeft gedaan)!!!! Tijdens deze sloopwerkzaamheden problemen met Klompjan omdat hij de gave voorwerpen wilde hebben en ik de scherven mocht hebben! Ja, daaaag!
Ook daar een gesprek gehad met v. Keulen van bouw- en woningtoezicht. Hij sprak negatief over de Pletterstraat en zou nog een keer komen praten. (Nooit gebeurd dus!)

Aa-Plein | 15 oktober

Met Jens van Stralen 2x een put uitgegraven maar er was niets te vinden. Geen melding gehad terwijl Ruud er vlak bij in de Steenstraat woont! R.v.B. liep er een keer langs toen Jens en ik bezig waren maar hij toonde geen belangstelling!

Noordereiland/Dijkstraat | oktober

Op de plaats waar een parkeerplaats was zou woningbouw plaatsvinden. Daar staat nu een appartementencomplex met daaronder de A.N.W.B.-winkel en de ING bank. De parkeerplaats lag vol met sintels van de oude gasfabriek en dus helemaal verontreinigd. Ik mocht niet langer op die bouwplek zijn omdat ze natuurlijk bang waren dat ik een melding van die verontreiniging zou gaan doen.

Afbreken tentoonstelling ‘Kasteel Voorst’ en ophalen van onze vondsten 25 oktober.

Halve Maansteeg | 24-26 oktober

Ik belde met R.v.B. over een put in Halve Maansteeg. Ik had daar gekeken omdat ik bouwwerkzaamheden zag. Er was een put met bovenin scherven van Siegburgaardewerk maar ze lieten mij er niet bij omdat ze na een melding voor niets hadden staan wachten en er nu geen tijd meer aan wilden besteden! Ze gingen de put dichtgooien. De melding was gedaan bij Openbare Werken. Ruud was ervan op de hoogte vertelde hij mij maar toen ik vroeg waarom hij mij dan niet gebeld had gooide hij de hoorn er op!! Opnieuw iets waar een put bij betrokken was en waar Ruud geen melding van deed naar mij toe. Krijg steeds meer de indruk dat hij mij die putten niet gunde. Mij wel vragen om in Hattem en Hasselt te gaan kijken. Waarschijnlijk om vrienden te blijven met de personen die daar onderzoek doen? Het blijft vreemd. Krijg ook geen uitleg van hem want hij draait zich om als ik erover begin!!!! Zelf zal hij het wel te druk hebben gehad met het uitvogelen van het lakzegel van Sweder van Voorst.

Ossenmarkt – Korte Kamperstraat

Er moest nog wat ruimte gemaakt worden in de buurt waar vroeger het atelier zat van de kunstenaar Van de Wiele. Restanten van funderingen werden opgeruimd maar geen kans gehad om verder in de grond te kijken. Nog wel wat 17-18 eeuwse tegelfragmenten gevonden en aan opzichter Van Ommen gegeven.

Diezerpoorteplas | oktober

Samen met Wim Rijbergen daar de werkzaamheden in de gaten gehouden. Alleen een majolica voetje van waarschijnlijk een 17e eeuws zoutvaatje gevonden.
Opnieuw gesprekken over de vondsten van het kasteelterrein.

Steenwijk | oktober

Eerst eens wezen kijken met Ruud. Waarschijnlijk had hij iets vernomen dat er gesloopt zou worden. De sloop was nog niet in de grond. Slechte medewerking. De andere twee dagen R.v.B. niet meer gezien. Heb ook niemand anders van een historische vereniging of zoiets gezien.
Alleen wat jonge scherven uit de 18e eeuw gevonden in een stortlaag maar zoals ik al schreef was er weinig medewerking en ben daarom maar naar Zwolle terug gegaan. (Wat doe ik toch ook in die andere plaatsen als er weinig interesse vanuit die plaats is. Wie kent R.v.B. daar en waarom moest ik daar opdraven?)

Lezing van Professor Renaud | 22 november in het P.O.M.

In het kort heb ik dit al vermeld in ‘Schatgraver’ maar wil het hier wat uitgebreider neer zetten omdat ik er nog steeds boos over ben!

Tot mijn verbazing stonden op een tafel twee potten en een schaal van blauw/grijs aardewerk. Deze waren in elkaar gezet met de scherven van de Ossenmarkt die mijn eigendom waren en die ik nog een keer zou bewerken. Toen ik een pot in de hand nam en zag dat er zelfs een depotnummer in gezet was ontstak ik in woede en vroeg R.v.B. om een verklaring. Hij was niet bij machte om een fatsoenlijk antwoord te geven. Hij kon alleen stamelen: “je moet niet het onderste uit de kan willen”! Ik eiste in ieder geval één van de potten op. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om een pot terug te krijgen maar ik bleef op mijn strepen staan en op 30 juli 1985 werd de hiernaast afgebeelde voorraadpot mij, in het bijzijn van Gert Oostingh (toen ook Rijkscorrespondent), door Verlinde overhandigd. Tijdens die overhandiging gaf hij ook aan dat ik erg lastig was om mee samen te werken!


Hiernaast de pot uit de 14e eeuw met de blauwgrijze scherven die in 1982 en 1983 door mij gevonden waren. De scherven heb ik van elkaar gehaald, schoongemaakt en opnieuw geplakt omdat de restauratie door Wubbolts erg slecht gedaan was.


Al eerder heb ik aangegeven dat R.v.B. gek was op het schrijven in verschillende verenigingsbladen. In het verslag van 1982 van ‘vereniging vrienden van de stadskern zwolle’ schreef hij over een archeologische werkgroep en noemde o.a. ook mijn naam. Ik heb daar toen tegen geprotesteerd want ik wist van zo’n werkgroep niets af. De brief die ik toen naar het secretariaat van die vereniging gezonden heb is nooit beantwoord maar tot mijn verbazing las ik in het jaarverslag van 1983 dat de archeologische werkgroep verschillende opgravingen gedaan had. Nu was nergens in het verslag mijn naam of die van andere gravers, die ook niet wisten dat ze onder de noemer van een archeologische werkgroep werkten, te vinden. Blijkbaar hebben ze toch iets van mijn protest geleerd maar het blijft natuurlijk vreemd dat MIJN opgravingen onder de noemer van een ‘archeologische werkgroep’ geplaatst worden door R.v.B.! Dit 1983 verslag kreeg ik pas te pakken na de lezingavond van 21 november.
In dat jaarverslag, schrijft R.v.B. over de Ossenmarkt: ‘Achter beide huizen konden waarnemingen in de grond worden gedaan, waarbij scherven van blauw/grijs aardewerk uit het eind van de 14e eeuw werden gevonden”. Dit gaat dus over de opgraving die ik met Kees in die zomer van 1983 gedaan had. Hij schrijft algemeen en noemt niet de gravers of vinders maar alleen “dat gevonden scherven pasten aan die welke een jaar eerder gevonden waren. De heer Wubbolts uit Zwolle slaagde erin uit de scherven twee bijna complete voorraadpotten en een schaal van blauw/grijs aardewerk samen te stellen. Ze zijn overgedragen aan het P.O.M. te Zwolle.” Deze Wubbolts was mij onbekend en later hoorde ik dat die persoon tijdelijk werkzaam zou zijn bij het museum/archief! R.v.B. heeft later, toen ik niet meer met hem samenwerkte, Wubbolts als graver ‘gebruikt’. O.a. op het Gasthuisplein! De tekst voor het verslag was natuurlijk al door R.v.B. aan de redactie gezonden en kon daarom niet meer veranderd worden maar hieruit is toch weer op te maken dat R.v.B. bepaalde belangen had die echt niet overeen kwamen met de mijne.